Op het Hof van Goor werden pijpenkoppen gevonden daterend van de 17de tot en met de 20ste eeuw. In sommige lagen werden geen restanten van kleipijpen gevonden. Als er geen fragmenten van kleipijpen aanwezig zijn dan is de laag mogelijk ouder dan het jaar 1600. Het staat immers vast dat in onze streek vóór het jaar 1600 nog niet uit kleipijpen werd gerookt. De lagen na 1600 zijn ook goed dateerbaar omdat de kleipijp de functie van gidsfossiel vervult. Na 1600 wordt de ketel van de kleipijp immers geleidelijk groter en in bepaalde perioden komen specifieke kleipijpen voor. De rol van het merk onderaan de kleipijp mag hierbij zeker niet onderschat worden. Over de merken en de makers van kleipijpen is al heel wat researchwerk verricht, voornamelijk in Nederland. De kleipijp was bovendien een korte levensduur beschoren omdat de steel uit witte pijpaarde zeer fragiel was. Bij het vallen brak de kleipijp bijna zeker in stukken. De steel breekt in de meeste gevallen ter hoogte van de ketel af waardoor de ketels (koppen) en de stelen in de bodem dikwijls afzonderlijk gevonden worden.

HVG 00006

Een lobbenkleipijp is versierd met een lijn/punt motief. Aan beide zijden van de ketel staat centraal een kruisteken. Op de hiel werd een merk aangebracht. Het merk ‘gekroonde I’ is voorlopig onbekend.

HVG 00007

Deze pijpenkop is slechts éénzijdig versierd. De hiel ontbreekt. Onderaan staan drie golven met er boven een vis. Boven de vis staat een parelkroon met de letters ‘IO’. De letter ‘H’ op de ketel onbreekt. Het volledige opschrift luidt ‘IOH’. Op de plaats waar de ‘H’ zou moeten staan is wel een bultje voelbaar. Vermoedelijk werd de letter bij het fabriceren van de kleipijp platgedrukt. De maker van de kleipijp is Jan Ophuysen (1774-1790) uit Gorinchem (Nederland). De maker gebruikte gewoon zijn initialen als herkenning, een vroege vorm van een reclamestunt (?). Een identieke kleipijp werd opgeraapt door (ex-) Testalid Victor Strijbos in Neerpelt.

HVG 00008

Het Jonasgezicht heeft een brede neus en heeft een opvallend ringbaardje dat begint aan het oor. Merkwaardig aan deze Jonaskleipijp zijn de lobben onderaan de ketel. Datering: einde 17de / begin 18de eeuw, mogelijk is dit exemplaar één van de laatste Jonaskleipijpen die gemaakt werden. In een tijdschrift van de ‘Reengenoten’ beschrijft Guido Creemers, conservator Gallo-Romeins museum Tongeren, een bijna identiek exemplaar (ringbaard, lobben, grootte).

HVG 00009

Gladde kleipijp met merk ‘gekroonde I’. Als zijmerk werd een wapenschildje geplaatst. Datering: eind 19de – begin 20ste eeuw.

 

Meer info:

Tijdschrift Archaeologia Regionis:

  • jaargang 1997  bladzijde 50-57