Het woord ‘pint’ associëren we in eerste instantie met een ‘glas bier’ van 25 cl. Algemener wordt het woord ook gebruikt voor een ‘glas’ om uit te drinken. Volgens sommigen is het woord van Germaanse oorsprong en betekent het woord ‘een pinnetje’ of een ander uitsteeksel om een maat aan te geven. In ieder geval was een ‘pint’ vroeger een inhoudsmaat voor vloeistoffen maar ook voor bijvoorbeeld graan. Ook nu nog is in de Angelsaksische landen het woord ‘pint’ een inhoudsmaat. Er zijn nog andere verklaringen voor het woord maar zeker is dat de term in de 16de eeuw in Vlaanderen werd gebruikt als inhoudsmaat. De ‘maat’ werd in steengoed ondermeer gemaakt in Raeren in de 16de eeuw maar ook houten en tinnen exemplaren zijn bekend. Het is een conisch drinkbekertje met één oortje, bedekt met glanzend zoutglazuur. Ze zijn tussen de 10 à 11 cm hoog. Op het schilderij ‘Boerenbruiloft’ van Pieter Bruegel de Oude uit 1567-1568 zien we dat het de vrouwen zijn die de pinten hanteren terwijl de mannen de zwaardere kruiken voor hun rekening nemen. Of dit altijd de manier van doen was weten we niet. Ook wat er uit de pinten werd gedronken is niet bekend. Misschien was het wel witte wijn (?).

 

Meer info:

Tijdschrift Archaeologia Regionis:

  • jaargang 1996  bladzijde 26-27