Knikkers werden vroeger in het Kempense dialect ‘errebollen’ genoemd. Het woord ‘errebollen’ komt van aarden bollen. Voor de Tweede Wereldoorlog werden knikkers meestal van klei gemaakt. Grootvader kent nog wel de knikkers gemaakt uit de lokale roodbakkende klei. Knikkers worden al lang gebruikt als speelgoed. 4.000 jaar geleden speelden de Kretenzische kinderen al met knikkers. Tijdens prospectietochten op de velden worden tamelijk veel knikkers opgeraapt, de ‘aarden’ knikkers vormen dan de hoofdbrok. Ze werden in enorme hoeveelheden gemaakt. Het is niet gemakkelijk om dergelijke knikkers te dateren. De knikkers uit de 16de eeuw zijn gemakkelijk herkenbaar, zij zijn gemaakt uit steengoed en hebben dezelfde kleur en glazuur als de potten van het productiecentrum. Sommigen zijn grijs, anderen lichtbruin tot roodbruin. Het zoutglazuur is soms deels verdwenen maar toch altijd herkenbaar. De knikkers zijn niet rond omdat ze manueel werden gemaakt, namelijk gerold tussen de handpalmen zoals gehaktballetjes. Op een harde ondergrond stuiteren de knikkers gemaakt in steengoed bijna evengoed als de glazen knikkers. De afmetingen van de knikkers zijn eerder klein. Voor het gros van deze knikkers, gevonden in Tessenderlo, varieert de diameter tussen 12 en 15 mm.