Rond 1690 ondergaat de schoengesp een innovatie. Een nieuwe gespplaat doet zijn intrede in de modewereld. De gespplaat wordt voortaan opengewerkt en voorzien van een haakpunt die in het leer kan worden geprikt. Vanaf 1720 worden de opengewerkte gespplaten voorzien van twee of drie haakpunten. In Groot-Brittannië wordt dit type omwille van zijn vorm ‘cooking pot chapes’ genoemd. Ze worden er daarom afgebeeld met de haakpunt naar boven gericht. Hetzelfde type werd ook gebruikt om kniebroeken te sluiten.

Zie ook:

http://testavzw.be/ankervormige-gespplaten-met-een-enkelvoudige-boog-als-sluiting-uit-de-periode-1660-1720/

Een opengewerkte gespplaat bestaat uit drie delen (zie tekening):

  • Sluiting: maakt de verbinding met de schoen door de haakpunt(en) in het leer te prikken.
  • Verbinding: maakt een vloeiende overgang naar de hechting of kan een schouder vormen. Aan de voorzijde kan er een uitstulping aanwezig zijn waarop soms het merk van de maker staat.
  • Hechting: ronde of hoekige hulzen bevestigen de gespplaat aan de middenstijl van de gesp. Deze middenstijl kan van ijzer zijn. In het midden van de hechting is ruimte voorzien voor de angel.

Voor de uniformiteit worden deze opengewerkte gespplaten, zoals de ankervormige gespplaten, steeds met de sluiting aan de rechterzijde afgebeeld. De afmetingen worden als volgt genomen: de lengte = van sluiting tot hechting, de breedte wordt op twee plaatsen gemeten enerzijds ter hoogte van de hechting en anderzijds ter hoogte van de sluiting. Ook de dikte wordt op twee plaatsen gemeten enerzijds op de hechting en anderzijds in het midden van de verbinding. De afmetingen worden in mm weergegeven. Alle gespplaten zijn gemaakt van een koperlegering.

Lengte Breedte

hechting

Breedte sluiting Dikte

hechting

Dikte verbinding Angelruimte
PPV 00883 24 19,5 28 3,5 1,3 4,7
PPV 00884 26,6 21,5 32,4 4 2,5 5,1
PPV 00885 20+ 21,4 29,2+ 3,6 2,2 4,8

PPV 00883

De gespplaat is zeer fel gecorrodeerd waardoor de afmetingen kunnen afwijken van de oorspronkelijke waarden. Vooraan heeft de verbinding een licht convexe uitstulping. Door de corrosie is het onmogelijk om een eventueel makersmerk te onderscheiden.

PPV 00884

De uitstulping vooraan heeft een driehoekige vorm. Het makersmerk(?) bestaat uit drie min of meer rechthoekige kloppen (afmetingen 1,5 x 1 mm) op één lijn. Door corrosie zijn deze merken niet meer ontcijferbaar.

PPV 00885

De uitstulping vooraan heeft een driehoekige vorm. Het makersmerk bestaat uit een vierhoekige klop met de letter ‘F’ (afmetingen 2,7 x 2,7 mm).  Voorlopig is de maker onbekend. De verbinding heeft een hoekige vorm en achteraan een schouder. De sluiting is afgebroken waardoor de lengte niet meer meetbaar is. Een korte angel met afgebroken punt bleef bewaard.

Bronnen:

https://www.researchgate.net/publication/305679429_Metaalvondsten_Werkeren_Archeologische_Rapporten_Zwolle_42

R. Whitehead, Buckles 1250-1800, Witham 2003