Romeinse sleutels zijn enorm divers wat betreft versiering en morfologie. Bij sommige Romeinse sleutels is de kop (greep) gemaakt uit brons en de baard, het gedeelte dat in het slot wordt gestoken, van ijzer. Door het lange verblijf in de bodem corrodeert zowel de kop als de baard tot de sleutel volledig ‘vedwenen’ is in de bodem. De baard, die van ijzer werd gemaakt,  verdwijnt als eerste, daarna volgt de greep, die meer tijd nodig heeft om op te lossen. De dunste delen van de bronzen greep  zijn het eerste slachtoffer van de tijd. Het object, dat 2000 jaren geleden ongetwijfeld een mooie blinkende sleutel was,  is na zekere tijd onherkenbaar herleid tot een metalen brokstuk.

PPV 00125

Gegoten bronzen kop van een Romeinse sleutel in de vorm van een vierkant. De beschadigde greep is opengewerkt met ronde gaten. Mogelijk zijn in het midden nog delen ‘vedwenen’. Naar het boveneinde toe wordt de kop dunner.

PPV 00126

Gegoten bronzen kop van een Romeinse sleutel. De kop bezit nog een deel van het ijzer waarmee hij aan de baard was bevestigd. Een deel van de kop is verdwenen. Naar het boveneinde toe wordt de kop dunner.