Kenmerkend voor majolicaschotels is dat het aardewerk een poreuze kern heeft die langs de bovenzijde bedekt is met tinglazuur, voor de onderzijde werd een goedkoop glazuur gebruikt zoals loodglazuur. Het glazuur craqueleert zeer vlug in tegenstelling tot porselein dat deze eigenschap niet vertoont. Dikwijls worden bodemvondsten in een fragmentarische toestand aangetroffen omdat het gecraqueleerde tinglazuur zeer vlug van de kern lost. Majolicaschotels werden in onze streek voor het eerst in Antwerpen vervaardigd. Italiaanse pottenbakkers vestigden zich al in de vroege 16de eeuw, zeker al in 1508, in Antwerpen. Als eerste wordt Guido di Savino, ook Guido Andries genoemd, vermeld. Ze werden aangetrokken door de opbloeiende handel in de havenstad. In de volgende jaren nemen ze Antwerpse leerjongens in dienst en huwen ze er met ‘Vlaamse’ meisjes. Zo ontstaat in de volgende decennia een Antwerpse productie van majolica met ondermeer de fabricage van alborelli, schotels en tegels. Het hoogtepunt van deze productie ligt in de tweede helft van de 16de eeuw. 1585 is een rampjaar voor Antwerpen, wie de stad nog niet eerder ontvlucht was neemt nu de wijk naar het noorden, ook de majolicabakkers. Toch blijft men in Antwerpen ook na 1585 majolica fabriceren. De gevonden majolica uit de tweede helft van de 16de eeuw is mogelijk van Antwerpen afkomstig maar kan ook van andere productiecentra afkomstig zijn. Hopelijk wordt ooit een ovensite in Antwerpen opgegraven met majolica met dezelfde kenmerken.

HVG 00001

Het fragment van een majolicaschotel dateert vermoedelijk uit de tweede helft van de 16de eeuw. Mogelijk werd de schotel in Antwerpen gemaakt. De vlag bleef archeologisch volledig bewaard. De kern van het aardewerk is roosbakkend, mogelijk werden verschillende kleisoorten samengevoegd. Voor de beschildering van het tinglazuur werden minstens 4 kleuren gebruikt: geel, oranje, blauw en paars. De spiegel bleef niet bewaard. De scherf heeft een dikte van 6 à 7 mm. Het fragment kon samengesteld worden uit verschillende scherven die bij elkaar gevonden werden. De diameter van de oorspronkelijke schotel bedroeg 27 cm.

HVG 00002

Deze polychrome majolicaschotel kon volledig samengesteld worden, slechts enkele scherfjes werden niet teruggevonden. De diameter is 24,3 cm, de hoogte varieert, de maximumhoogte is 3,5 cm. De schotel heeft ook een standring met intense sleetsporen en een diameter van 9,7 cm. De standring zelf is 0,8 cm breed. In deze standring is een gat gemaakt van 0,2 cm. De schotel heeft en sobere maar manueel aangebrachte versiering. De kleuren blauw, oranje, geel en paars werden gebruikt voor het beschilderen van het witte tinglazuur. Er werd een driehoekige proen gebruikt voor het opstapelen van het vaatwerk in de oven. Deze had een zijde van 7,8 cm. De achterzijde van de schotel werd bedekt met een goedkoop glazuur en is mat lichtgrijs. De kans is groot dat ook deze schotel in Antwerpen werd gemaakt in de tweede helft van de 16de eeuw.