Tijdens het archeologisch onderzoek van het Hof van Goor te Tessenderlo in de jaren ’90 werden verschillende fragmenten van ‘schepbekers’ gemaakt van steengoed gevonden. Uiteindelijk konden drie exemplaren gereconstrueerd worden. Van de andere fragmenten ontbreekt meestal de bodem. Over schepbekers is weinig bekend, geen enkel schilderij verraadt hun functie. In Maaseik werden enkele schepbekers gevonden (tentoonstellingscatalogus ‘Van Put naar Kluis’) tijdens een archeologisch onderzoek. Mogelijk werden ze, als maatbeker, gebruikt om vloeistoffen te scheppen,  maar het gebruik als drinkgerei is zeker niet uit te sluiten. De productieplaats van de schepbekers van het Hof van Goor is Raeren of Westerwald. Een vorm die goed aanleunt bij dergelijke bekers is de ‘buikige beker’ die in Siegburg werd vervaardigd. Hij bezit weliswaar geen oor maar de afmetingen en de vorm zijn praktisch identiek. Deze beker werd gedurende de ganse 15de eeuw tot omstreeks 1550 gebruikt. Toen stopte de productie in Siegburg. Mogelijk werd deze vorm overgenomen door andere productiecentra zoals Raeren. Natuurlijk is dit nog geen reden om aan te nemen dat de zogenaamde ‘schepbekers’ (wie heeft trouwens dit woord uitgevonden?) dezelfde functie hadden, maar het blijft een mogelijkheid tot er een andere verklaring wordt gevonden. De mogelijke functie als ‘maatbeker’ wordt onderzocht.

HVG 00055

Een vrijwel volledige ‘schepbeker’, slechts enkele scherfjes ontbreken, heeft een geknepen voet en wordt daarom gedateerd rond 1550. De kleur is vrijwel geheel grijs, zowel langs binnen- als de buitenzijde is hij bedekt met zoutglazuur. De draairingen zijn zeer geprononceerd aanwezig Twee draairingen ter hoogte van het oor werden vrijwel zeker benut als versieringselement. Het oortje is zeer klein, met moeite kan er een dunne vinger ingestoken worden.

Afmetingen: de hoogte is 101 en de breedte, zonder het oortje, 88 mm.

HVG 00136

Een tweede schepbeker is eveneens zeer gaaf opgegraven. Slechts het middengedeelte van het oortje ontbreekt. Het oortje steekt uit boven de rand van de schepbeker. De schepbeker heeft een zeer zware vlakke ronde voet, vermoedelijk dient deze voor de stabiliteit. Aan de binnenzijde is deze schepbeker bruin, aan de buitenzijde bruin en grijs. De beker is bovenaan versierd met twee mooi afgewerkte banden en onderaan, net boven de voet, met een nauwkeurig verzorgde, tamelijk brede band. Veel tijd werd er besteed aan de verdoezeling van de draairingen die nog nauwelijks zichtbaar zijn. Datering: 1550-1600.

Afmetingen: de hoogte (zonder oor) is 115 en de breedte, zonder het oortje, 91 mm.

HVG 00137

De laatste schepbeker is de grootste maar meteen ook de meest fragmentarische. Een groot deel van de zijwand en een deel van het oor ontbreekt. Deze schepbeker is zowel langs binnen als langs buiten lichtbruin gekleurd en zoals de andere twee schepbekers bedekt met zoutglazuur. Ook hier zijn er enkele versieringsbanden aanwezig. Datering: 1550-1600.

Afmetingen: de hoogte (zonder oor) is 120 en de breedte, zonder het oortje, 96 mm.

Bronnen:

  1. Heymans (red.), Van Put naar Kluis. Historisch, bouwhistorisch en archeologisch onderzoek van ‘Den Prince van Luyck’ en ‘De Stadt Amsterdam’ te Maaseik, tentoonstellingscatalogus, Maaseik 1989.

Archaelogia Regionis, 9, 2 (1996), p. 28-29.