Een ruiterspoor bestaat uit een beugel die met lederen draagriemen en gespen aan het schoeisel wordt bevestigd en een schacht met op het uiteinde een punt (prikspoor) of een radje. Een ruiterspoor wordt boven de hiel gedragen. De meeste ruitersporen worden van ijzer gesmeed maar er bestaan ook bronzen, zilveren en zelfs gouden exemplaren. De draagriemen lopen over de wreef en onder de voetzool waarbij gespen ervoor zorgen dat het spoor op zijn plaats blijft. Deze gespen hebben verschillende afmetingen. Sommige zijn kort en stevig, andere zijn lang en spichtig. Dit laatste type komt minder frequent voor. Op grafstenen, waarop een overleden ridder in vol ornaat afgebeeld is, zijn de ruitersporen dikwijls in detail weergegeven.

Tijdens een archeologisch onderzoek in 2006 te Roeselare werd een goed bewaard ijzeren ruiterspoor aangetroffen. De bijhorende spoorgespen werden echter niet gevonden. Het spoor wordt gedateerd uit de 12de eeuw. In Castricum (Nederland) werd in 2004 tijdens een archeologisch onderzoek een ijzeren ruiterspoor gevonden waaraan nog een gesp van het lange type was bevestigd. Dit ruiterspoor wordt gedateerd in de eerste helft van de 14de eeuw. Een bijna identieke gesp van het lange type werd gevonden in Diest.

PPV 00887

De lange, spichtige gesp werd gemaakt van een koperlegering. De voorzijde is afgerond en de achterzijde is plat. Vooraan heeft de gesp een ovale vorm waarin de angel past. De gesp heeft drie kleine ronde gaatjes. Het linkse gaatje dient om een angel te bevestigen en is dus een ‘angelgaatje’. De angel is nog aanwezig en heeft een lengte van 15,7 mm. De andere gaatjes, die verstevigd zijn door een ronde uitstulping, dienen om de gesp met klinknagels te bevestigen aan een riempje.

De afmetingen: 45,7 x 15,3 x 2,8 mm.

Bronnen

https://www.oud-castricum.nl/jaarboeken/ruiterspoor-jaarboek-33-2010-pg-62-63/

http://archeologie-roeselare.blogspot.com/2006/09/sporen-van-een-ruiter-een-ruiterspoor.html

https://finds.org.uk/counties/findsrecordingguides/buckles/#Spur_buckles