Het spreekwoord ‘Het is in kannen en kruiken’ maakt duidelijk dat een ‘kan’ en een ‘kruik’ niet hetzelfde zijn. Ze verschillen van vorm. Of ze in het verleden ook altijd een aparte functie vervulden is onduidelijk. Algemeen wordt aangenomen dat een kan diende om aan tafel iets uit te schenken en een kruik eerder benut werd om vloeistoffen te bewaren waardoor een kruik meestal robuuster, boller en zwaarder is dan een (schenk)kan, die meestal slank en licht is. Natuurlijk zijn er heel wat overgangsvormen waardoor de determinatie niet steeds ‘in kannen en kruiken is’.

Het steengoedfragment dat op het Hof van Goor gevonden werd, is duidelijk van een kan afkomstig. Helaas bleef enkel het bovenste deel bewaard waardoor het type voet onbekend is. Vermoedelijk was dit een vlakke standvoet, gelet op de bodemlaag waarin de scherven gevonden werden. De gladde kan van steengoed werd gemaakt  in Raeren. Ze bezit een zeer groot oor waardoor ze gemakkelijk gehanteerd kon worden. Ter hoogte van de aanzet van het oor op de hals is een bandvormige uitstulping voorzien die rond de hals loopt. Ook de aanzet van het platte oor op de schouder bleef intact. Bovenaan het oor bleef een restant van het tinnen scharnier bewaard waarmee het deksel kon geopend worden. De buitenzijde is lichtbruin met grijze plekken en bedekt met zoutglazuur. De binnenzijde heeft eveneens een bruine kleur.

Afmetingen: de hoogte van het fragment is 170 en de breedte is 160 mm. De opening bovenaan is 70 mm.