De penning is wellicht een fragment van een armenpenning of van een ander soort penning zoals een aanwezigheidspenning. Vermits tussen de armenpenningen van verschillende gemeenten en steden er geen uniformiteit bestaat, is het erg moeilijk dergelijke penningen te identificeren door ze onderling te vergelijken. Armenpenningen werden al tijdens de middeleeuwen aan de behoeftige armen uitgedeeld door de liefdadige organisaties zoals de Heilige-Geesttafels, de voorlopers van de huidige OCMW’s. Behoeftigen konden zich met behulp van de armenpenningen levensnoodzakelijke goederen verschaffen. In grotere steden, zoals Antwerpen, bestonden specifieke armenpenningen voor brood, turf, hout, kleding of vlees. Sommige armenpenningen gaven het recht om ergens te overnachten. Dit systeem van penningen kan enigszins vergeleken worden met de rantsoeneringszegels uit de Eerste en de Tweede Wereldoorlog en met het huisgeld van de Broeders van Liefde waarmee patiënten van psychiatrische instellingen zoals te Ziekeren en te Rekem slechts bepaalde producten konden kopen en bijv. geen alcoholische dranken.

De betekenis van de letters op armenpenningen is vaak onduidelijk. Sommigen menen dat de letters verwijzen naar een bepaalde wijk in een stad. Anderen denken dat ze te maken hebben met het product dat de arme er mee kon verwerven. Zo zou A voor ‘aalmoes’ en B voor ‘brood’ staan. Cijfers zouden verwijzen naar de waarde van de penning. Armenpenningen werden meestal in lood gegoten door plaatselijke ambachtslui. In grotere steden, waar men veel exemplaren nodig had, werden ze soms in een koperlegering geslagen, mogelijk door het plaatselijk muntatelier. Sommige armenpenningen hadden een heel andere functie. Het waren een soort identificatiepenningen die de drager toestemming verleenden om te bedelen. Ze werden vooral aan lokale behoeftigen uitgereikt om te beletten dat rondzwervende bedelaars te pas en te onpas de plaatselijke bevolking lastig vielen.

PPV 00601

De penning van lood bleef slechts fragmentarisch bewaard. Hij dateert vermoedelijk uit de 15de/16de eeuw. Hij werd gevonden in Diest. Op de voorzijde staat, binnen een dubbele cirkel, aan de linkerzijde de letter ‘A’. Rechts staat vermoedelijk ook een letter, mogelijk was dit de letter ‘P’. In het midden van de penning staat een stip. Op de keerzijde staat, binnen een dubbele cirkel,  vermoedelijk het fragmentarische cijfer ‘6’ of ‘9’. In het midden van de penning staat een stip. Afmetingen: ca. 30 mm.