De stad Halen heeft tijdens het ancien regime twee gilden gekend: de Sint-Sebastiaansgilde en de Sint-Barbaragilde. De eerste gilde was een handboogschuttersgilde en is de oudste van de twee: reeds in 1494 was er sprake van haar schuttershof. De tweede gilde was een kolveniersgilde: haar schuttershof werd voor het eerst vermeld in 1625. Het voorwerp dat in Halen gevonden is, lijkt inderdaad een plaat van een breuk te zijn: wellicht de plaat gemaakt voor een gildebroeder die in 1806 de hoofdvogel geschoten heeft en in dat jaar dus koning van de gilde werd. Van zijn naam zijn enkel zijn initialen weergegeven: P C. Vermoedelijk was deze gildebroeder of ‘confreer’ lid van de Sint-Barbaragilde. Van de Sint-Sebastiaansgilde werd door de heer Karel Verhelst, secretaris van de Heemkring Oppidum Halense, het register doorgenomen dat dateerde van 1699 tot 1816 en werden alle namen genoteerd van de confraters van deze gilde. Maar van geen enkele ervan zijn de initialen P C. De plaat is dus niet afkomstig van de Sint-Sebastiaansgilde. De koning met initialen P C is dus wellicht een confrater geweest van de Sint-Barbaragilde. Spijtig genoeg zijn er geen archiefstukken van deze gilde bewaard gebleven. Deze zijn alle vernietigd toen tijdens de Slag der Zilveren Helmen op 12 augustus 1914 het huis van de toenmalige hoofdman Joseph Wauters uitbrandde (dit werd meegedeeld door een ondertussen overleden lid van deze gilde). Het perceel waarop het stuk gevonden werd kan misschien een aanwijzing vormen voor een identificatie: misschien is de gildebroeder P C ooit eigenaar of pachter geweest van die akker en is de plaat als huisafval op de mesthoop terechtgekomen en zo op de akker beland. in de notarisarchieven kan dan gezocht worden naar de eigenaars in het verleden.

Met dank aan de heer Karel Verhelst, secretaris van de Heemkring Oppidum Halense, voor het opzoekingswerk en de informatie.

PPV 00570

Het maansikkelvormige koperen plaatje heeft een straal van 40 mm en een dikte van 0,9 mm. Op de twee uiteinden werden mooie ronde gaatjes voorzien. Onderaan in het midden werd een derde gaatje geklopt, vermoedelijk posterieur aan het maken van het voorwerp. De rand werd als versiering over de ganse lengte afgewerkt met rijen zeer kleine vierhoekjes maar waarvan de structuur op de meeste plaatsen verdwenen is. De breedte van deze sierrand is 3 mm. Bovenaan in het midden werd op een slordige manier het jaartal 1806 gegraveerd. Onder dit jaartal werd een vogel met kop naar links en open bek afgebeeld op een amateuristische en vrij kinderlijke manier.  De vogel lijkt op een duif (?). Links van deze vogel staat een grote letter P en rechts een grote letter C . In de hoeken staat een bloemhoofdje met 12 blaadjes. Het voorwerp is geplooid ter hoogte van de letter P. Het plaatje werd gevonden in Halen.