Carbuurlampen werden als fietsverlichting en als verlichtingselement gegeerd en gebruikt sinds de ontdekking van carbuur, omstreeks 1900, tot ongeveer 1945. Nadien verdreef de dynamo de voor die tijd innovatieve vorm van verlichting. Het principe is vrij eenvoudig. Water wordt door een vernuftig systeem gedruppeld op blokjes carbuur, een verbinding van kalk en koolstof, waardoor zich acetyleengas vormt. Dit gas kan eenvoudig aangestoken worden met een lucifer wat een fel wit licht veroorzaakt.

Beschrijving van de carbuurlamp

De ‘lamp’ zelf bestaat uit een bolvormig lichaam met vooraan een glazen doorschijnende lens en links een groene en rechts een rode glazen ‘reflector’ met een diameter van 28,5 mm. Deze reflectoren zijn gefacetteerd en waarschijnlijk gegoten. Waarom een rode en een groene reflector werden voorzien is onbekend. Andere lampen hebben doorschijnende of zelfs blauwe reflectoren langs de zijkant. In het midden van het bolle lichaam zit de brander. Deze bestaat uit een verticaal geelkoperen buisje. Achter deze brander zit een spiegel die het licht optimaal moest weerkaatsen. Het deurtje van de lens kan opengeklapt worden. Zo kan de brander ontstoken worden. Vermits een goede verbranding ook zuurstof nodig heeft, werden onder-, voor- en achteraan verluchtingsgaatjes aangebracht, 21 vooraan, 18 achteraan en 8 onderaan. Bovenaan werden 5 bredere verluchtingsopeningen voorzien die afgedekt worden door een ronde merkplaat. Op deze merkplaat staat het woord ‘BELGIA’. Boven en onder dit woord staat een halve cirkel in de vorm van een spinnenweb. Achter het verbrandingsmechanisme zit het ronde waterreservoir dat van bovenaf kan gevuld worden door een kleine schroef los te draaien. In het midden van deze schroef zit een minuscuul gaatje dat het zakken van het water toelaat. Het water druppelt vervolgens in het carbuurreservoir via een horizontale leiding die voor- en achteraan afgesloten wordt door een moer om ze dicht te maken en om de kalkaanslag te kunnen verwijderen. Op de achterzijde van het waterreservoir staan in een medaillon de letters ‘WB’ met een letterhoogte van 28 mm en van elkaar gescheiden door een punt. De betekenis van deze letters is voorlopig niet gekend. Een kraantje laat toe om het druppelen van het water nauwkeurig te regelen. Helemaal onderaan bevindt zich het ronde carbuurreservoir dat afgeschroefd kan worden om het te vullen met carbuurblokjes. Dit reservoir is voorzien van ribbels om het goed te kunnen open- en dichtdraaien.

De carbuurlamp kan met een vleugelmoer en twee plaatjes gemonteerd worden aan een houder op het frame van een fiets. Op de zijkant van deze bevestigingsplaatjes staat langs de linkerzijde het getal ‘26’ met een letterhoogte van 4,5 mm. De betekenis van dit getal is onbekend. De hoogte van de carbuurlamp uit vernikkeld koper bedraagt 19 cm en de maximale breedte is 14 cm, de diameter van lens is 6 cm. De productieplaats is niet gekend.