Paasnagel: MDK 00021

In het volksgeloof werd aan de paasnagel een bijzondere kracht gegeven. De paasnagel werd, als magisch object, veel gebruikt om onder de dorpel van een nieuw huis te steken om ‘het kwaad’ te weren. Talrijke overgeleverde legenden verheerlijken de paasnagel als heksen- en duivelverdrijver.

Vooraleer de priester de paaskaars aansteekt wijdt hij de kaars: met de vinger vormt hij, terwijl hij een gebed prevelt, boven de letter alfa, onder de letter omega en horizontaal de cijfers van het lopende jaar. Daarna steekt hij vijf nagels, in feite wierookkorrels, in de kaars.

In een oude krant uit 1908 lezen we:

‘De Paaschnagels beteekenen de vijf heerlijke wonden des heiligen Lichaams des Heeren. De nagels bestaan hoofdzakelijk uit wijrook, en dat beteekent dat men het Lichaam Christi met reukzalven gebalsemd heeft.’

De reliekhouder heeft een bol glas waaronder in het centrum de paasnagel werd geplaatst. De paasnagel werd bedekt met een dun, versierd en verguld (?) lintje dat in kruisvorm werd aangebracht. Daaronder bevindt zich op een reepje papier de naam: ‘Paaschnagel’. De paasnagel bestaat uit een deel van de paaskaars in ronde vorm. Het geheel wordt door een witte pluizige stof omhuld. Deze is bedekt met twaalf metaalkleurige bloemetjes. Boven en onder de paasnagel werden de namen van twee heiligen aangebracht op wit papier. Bovenaan staat ‘H. Damianus’ en onderaan ‘H. Franciscus’. Beide namen werden in een verguld (?), versierd, ruitvormig frame geplaatst. Links en rechts van de paasnagel werden drie tweekleurige bloemetjes geplaatst. De afmetingen van de reliekhouder zijn: 11,5 x 8,5 x 1,8 cm. Het glas werd op een kartonnen (?) ondergrond geplaatst en dichtgemaakt met een papierstrook van rode kleur. Om de reliekhouder op te hangen werd een roze lintje gebruikt. Datering: rond 1900.

Agnus Dei: MDK 00022

Bezoekers van de paus kregen een gewijd exemplaar van het Agnus Dei mee als aandenken aan het bezoek. Later kregen ook de bisschoppen exemplaren mee om uit te delen. Normaal staat de naam van de paus en het jaar van zijn pontificaat op de witte was, maar het tafereel is helaas onherkenbaar. De paus wijdde het Agnus Dei in het eerste jaar van zijn pontificaat en vervolgens elk zevende jaar. In 1965 raakte het Agnus Dei in onbruik.

In het midden van de reliekhouder werd een ovaalvormige figuur (4 x 5 cm) in bijenwas (?) geplaatst. Een horizontale lijn dwarst de figuur ongeveer in het midden zodat de indruk ontstaat dat er twee voorstellingen worden weergegeven. De bovenste voorstelling is een lam. Het lam rust, met de voorste en de achterste poten opgetrokken, op een verhoog (tafel of altaar?). Het onderste tafereel is niet herkenbaar. Het werd onderaan afgeboord met een boog. De ganse voorstelling werd afgeboord met een fijn lintje van oranjegekleurd papier. Het lintje werd in een twaalfvormige ster rondom de wassen figuur gedrapeerd. Tussen de twaalf punten van de ster werd een krullend lintje aangebracht. De uiteinden van de punten werden afgewerkt met 12 metalen (?) bloemetjes. Op dezelfde manier werd tegen de wand van de reliekhouder een lintje aangebracht. Dit lintje heeft een gele kleur. Tussen deze punten werden 16 bloemetjes met een lichtpaarse kleur aangebracht op een oranje lintje. De bloemetjes werden afgewerkt met een klein geelwit bolletje. Een vlakke glasplaat bedekt de configuratie. Deze glasplaat werd zorgvuldig bevestigd met fijne stroken op leder lijkend zwart papier. De achterzijde werd dichtgemaakt met karton (?) en papier en er werd een roze lintje gebruikt om de reliekhouder op te hangen. De afmetingen van de ovale reliekhouder zijn: 13 x 11 x 2,5 cm. Datering: rond 1900.