De ankervormige gespplaat is een onderdeel van een schoengesp uit de periode 1660-1720. Dit accessoire was vooral bedoeld om de gesp gemakkelijk voor een andere schoen te kunnen gebruiken zodat men niet verplicht was zich meerdere paren gespen aan te schaffen, wat enkel voor de meer gegoede burgers haalbaar was. Gespen waren daarenboven ook een statussymbool waarmee men kon pronken, zoals sommigen vandaag dat doen met een dure auto of de laatste versie van een smartphone. Door het verblijf in de bodem raakt een gespplaat vaak van de eigenlijke gesp omdat de middenstijl van de gesp dikwijls van ijzer is en daarom roest.

Een gespplaat bestaat uit drie delen (zie tekening):

  • Sluiting: maakt de verbinding met de schoen door de sluiting in één of twee knoopsgaten te steken.
  • Verbinding: maakt een vloeiende overgang naar de hechting of kan een schouder vormen. Het achterste deel leunt aan tegen de sluiting.
  • Hechting: ronde of hoekige hulzen bevestigen de gespplaat aan de middenstijl van de gesp. Deze middenstijl kan van ijzer gemaakt zijn. In het midden van de hechting is er een ruimte voorzien voor de angel.

Gespplaten uit deze periode kunnen op basis van hun vorm ingedeeld worden in meerdere basisgroepen. De ankervormige gespplaten vormen zo’n groep. Door de typologie ervan te verfijnen kan deze groep beter ingedeeld en beschreven worden waardoor op termijn wellicht nieuwe inzichten ontstaan. Binnen de ankervormige gespplaten kunnen twee groepen onderscheiden worden op basis van de vorm van de sluiting die ofwel de vorm heeft van een enkelvoudige boog ofwel van een dubbele boog. Hier worden alleen ankervormige gespplaten met een enkelvoudige boog besproken. Op basis van sommige details, zoals de vorm van de verbinding, kunnen deze subgroepen opnieuw van elkaar onderscheiden worden.

Voor de uniformiteit worden de gespplaten steeds met de sluiting aan de rechterzijde afgebeeld. De afmetingen worden als volgt genomen: de lengte = van sluiting tot hechting, de breedte = ter hoogte van de hechting en de dikte wordt op twee plaatsen gemeten enerzijds op de hechting en anderzijds in het midden van de verbinding. De afmetingen worden in mm weergegeven. Alle gespplaten zijn gemaakt van een koperlegering.

 

Lengte Breedte

hechting

Dikte

hechting

Dikte verbinding Angelruimte
PPV 00861 29,3 19,8 3,1 1,7 9,3
PPV 00862 28,0 21,5 3,7 1,5 11,9
PPV 00863 21,3 21,3 3,8 1,7 3,0
PPV 00864 33,9 17,4 5,5 2,5 4,5
PPV 00865 27,6 16,9 4,5 2,7 2,5
PPV 00866 28,5 16,3 4,8 2,4 2,4
PPV 00867 30,6 16,2 3,5 2,0 3,2

 

Beschrijving van de gespplaten

PPV 00861

De verbinding vertoont een schouder waarbij beide delen concaaf werden uitgevoerd.

PPV 00862

De verbinding vertoont een schouder waarbij beide delen concaaf werden uitgevoerd met een korte inkeping op de schouder en een ‘afschilfering’ aan beide zijden, links en rechts, tegen de hechting. Het is onduidelijk of deze bewerking als versiering werd voorzien of een functie heeft.

PPV 00863

De verbinding is concaaf uitgevoerd. De korte angel met lengte 12 mm bleef bewaard.

PPV 00864

De verbinding, waarvan vooral de achterzijde asymmetrisch werd uitgevoerd, vertoont een schouder. Het achterste deel is concaaf terwijl het voorste deel recht is.

PPV 00865

De verbinding vertoont een schouder waarbij het achterste deel convex en het voorste deel licht concaaf werd uitgevoerd. Een fragment van de angel bleef bewaard.

PPV 00866

De verbinding vertoont een schouder waarbij beide delen convex werden uitgevoerd. Een fragment van de angel bleef bewaard.

PPV 00867

De verbinding vertoont een schouder waarbij beide delen licht concaaf werden uitgevoerd. Een fragment van de angel bleef bewaard.

Zie ook:

http://testavzw.be/een-vertinde-schoengesp-met-vlindervormige-beugel-en-meesterteken-uit-de-17de-18de-eeuw/