Wanneer een boer vroeger een stenen bijl vond kon hij dit voorwerp niet thuisbrengen. Ten einde raad ging hij er dan meestal mee naar iemand die gestudeerd had zoals de pastoor, de dokter of een notabele. Uiteindelijk belandde de bijl dan ergens in een kast of werd overgemaakt aan een museum. Zo belandden bijlen uit onze streek onder meer in museum Taxandria te Turnhout, in het Provinciaal Museum te Hasselt en in het Curtiusmuseum te Luik. In sommige gevallen bleef de bijl op de boerderij en werd als amulet tegen de bliksem gebruikt. De bijl werd dan als afweermiddel tegen het onweer op de tafel gelegd of onder de drempel van de voordeur begraven. Boeren geloofden immers vaak dat dergelijke bijlen de restanten waren van bliksemschichten die bomen konden splijten. Iedere veldprospector weet ook nu nog dat de beste vondsten gedaan worden na een hevig onweer.

Sommige bijgelovige boeren gebruikten de bijlen ook als wondermiddel tegen stuipen en krampen. Op die manier bleef een deel van deze oude vondsten bewaard. De bijl uit Engsbergen is vermoedelijk tijdens het interbellum aan het Provinciaal Museum te Hasselt geschonken en kwam na 1954 vervolgens in de verzameling van het Gallo-Romeins museum te Tongeren terecht. Sinds 1 januari is het PGRM in het bezit van de stad Tongeren. Helaas zijn de vondstomstandigheden ervan niet geregistreerd. Hetzelfde geldt spijtig genoeg ook voor recente vondsten die niet gemeld worden bij de Centraal Archeologische Inventaris. De bijl maakt momenteel deel uit van de permanente tentoonstelling van museum De Kelder.

Beschrijving

De bijl met lensvormige doorsnede heeft een lichtbruine patina en werd op de snede en de staart waarschijnlijk beschadigd door landbouwwerktuigen. Hierdoor is de oorspronkelijke grijze vleksilex te zien, die mogelijk afkomstig is uit de regio van Spiennes. Ook het bijllichaam toont aan beide zijden resten van contact met het ijzer van de landbouwwerktuigen in de vorm van licht- en donkerbruine strepen. De vermelding ‘Tessenderloo’  in zwarte inkt is nog nauwelijks zichtbaar. Beter leesbaar is het recente (?) inventarisnummer G1144 van het Gallo-Romeins Museum. De bijl is volledig gepolijst met uitzondering van een zeer klein gedeelte van de staart. Beide boorden zijn in facet geslepen en lopen bijna parallel; de staart is maar 15 mm minder breed dan de snede. Afmetingen: lengte 215, breedte 76,5 en dikte 38 mm. Oorspronkelijk was de bijl ongeveer 5 mm langer. De bijl weegt 851 gram.