Tijdens het slopen van de oude hoeve van het Hof van Goor en meer bepaald tijdens het afbreken van de oude haard kwam een bundeltje speelkaarten te voorschijn. De speelkaarten waren samengebonden met een gekleurd (wit-blauw-rood) koordje. Het gevonden speelkaartenpakje (32 speelkaarten) is een samenvoeging van 9 verschillende drukken. Deze kaarten zullen dus geen ‘ spel’ meer gevormd hebben. Vermoedelijk werden de speelkaarten als bouwoffer ingemetseld. Vroeger was het gebruikelijk dat levende wezens in muren of funderingen van huizen, stallen, bruggen en kerken werden ingemetseld. Oorspronkelijk was de bedoeling de aard- en de watergoden gunstig te stemmen omdat men hun domein schond. In een latere fase werden deze wezens vervangen door waardevolle voorwerpen, door niet meer gebruikte aarden potten en zelfs door geld en in zeldzame gevallen door speelkaarten. Ook in Mol en in Merksplas werden bij het afbreken van een oude schouw speelkaarten gevonden. Nog andere voorbeelden van het inmetselen van speelkaarten werden aangetroffen in West-Bohemen, te Bärringen en te Wernstadt. Men mag dus veronderstellen dat ook dit pakje speelkaarten een bouwoffer was. De haardbalk van de oorspronkelijk 16de eeuwse schouw vermeldt het jaar 1770. Toen is er een verbouwing gebeurd en werden de speelkaarten als bouwoffer ingemetseld. In onze gewesten blijken dergelijke vondsten nog weinig bekend. De gevonden speelkaarten dateren dus uit de tweede helft van de 18de eeuw. De druktechniek was toen nog primitief. In een houtblok wordt het af te drukken gedeelte in spiegelbeeld uitgesneden. De kunstenaar snijdt wat niet moet gedrukt worden weg met een holle beitel. Dit geeft als resultaat dat het te drukken gedeelte uitsteekt boven het blok. Is het blok klaar dan kan worden geïnkt en gedrukt. Het kleuren gebeurde met sjablonen. Een sjabloon werd gemaakt van een vel papier. Hieruit sneed de kaartenmaker die vlakken weg die dezelfde kleur moesten krijgen. Voor de symbolen zoals schoppen, harten, klaveren en ruiten had hij een speciale beitel. De gevonden figuurkaarten zijn afgeleide beeltenissen van de figuren die in Rouen zijn ontstaan rond 1740. Mogelijk zijn de speelkaarten het werk van Cousy (1702-1794), een kaartenmaker uit Beaumont (provincie Namen). Cousy kocht zijn papier van de door norbertijnse monniken geëxploiteerde molens van Bonne Espérance. Op schoppenkoning staat de naam ‘David’ vermeld, de hymnen zingende Joodse koning die zichzelf begeleidde met een harp.

 

Meer info:

Tijdschrift Archaeologia Regionis:
•jaargang 1996 bladzijde 48 tot 61