Tijdens een prospectietocht vond Richard Jamar in de jaren ’90 een strijdhamer. De vondst werd gedaan nabij de grens Webbekom – Assent. De strijdhamer werd opgeraapt op een veldweg. De strijdhamer is een bijna gaaf exemplaar uit een grijsgroen gesteente (amfiboliet). Hij is volledig gepolijst, de doorboring is zelfs spiegelglad. Stenen strijdhamers worden gewoonlijk toegeschreven aan de standvoetbekercultuur maar werden tot in de ijzertijd gebruikt.

Standvoetbekercultuur

De standvoetbekercultuur behoort tot de meest westelijke groep van de strijdhamerculturen, die zich uitstrekten over de ganse Noordeuropese vlakte, van de Indo-Europees sprekende volkeren. Rond 3.100 v.C. vestigde zich deze nieuwe groep immigranten naast de inheemse landbouwers. Zij kwamen uit het oosten (de steppen van Oekraïne). Naar hun karakteristiek aardewerk worden deze mensen de standvoetbekerlieden genoemd. Deze lieden hielden zich voornamelijk bezig met runderteelt. In geringe mate deden ze aan landbouw. De standvoetbekerlieden zijn verantwoordelijk voor heel wat innovaties, o.a. het eerste koper, dat ze uit de Donaulanden mee brachten. De standvoetbekerlieden zijn, vooral in Nederland, bekend door hun begrafeniswijze: ze begroeven hun gestorvenen samen met een beker met visgraatversiering (standvoetbeker) en dikwijls met een stenen strijdhamer, pijlpunten of een vuurstenen kling onder een grafheuvel, soms in vlaktegraven.  Ze zijn ook verantwoordelijk voor het invoeren van een primitieve ploeg (eergetouw) getrokken door ossen, die de grond enkel openrijt zonder hem te keren. Het zijn eveneens de standvoetbekerlieden die het wiel in onze streken hebben gebracht. De gevonden strijdhamer is waarschijnlijk afkomstig uit een doorploegd graf. Het lijk werd in een ondiep graf gelegd (30 cm) en bedekt met een lage grafheuvel. De mannen lagen op hun rechterkant met het hoofd naar het westen. Op ooghoogte werd de strijdhamer gelegd. Rond 2.600 v. C. versmelt de standvoetbekercultuur met een aantal inheemse groepen en ontstaat de klokbekercultuur. Richard gaf de strijdhamer in permanente bruikleen aan het PGRM te Tongeren. Hij maakt nu deel uit van de permanente tentoonstelling.

Met dank aan Guido Creemers (PGRM)