PPV 00435

Het kleine kleipijpje lijkt bij de eerste aanblik op de kop van een leeuw. Rond het gezicht is het pijpje bedekt met min of meer krullende streepjes die de beharing moeten voorstellen. Ook de met snorharen bedekte snuit is in beperkte mate geprononceerd waarbij een agressieve muil werd voorzien. Toch heeft het gezicht ook menselijke kenmerken zoals de oren, de neus en het ‘ringbaardje’. Boven de ogen is een prominente wenkbrauwboog (torus supraorbitalis) aanwezig en dit kenmerk geeft het voorhoofd een neanderthalerachtige indruk. De steel is afgebroken maar op het resterende deel van de steel staan de letters ‘GER’. De afmetingen: hoogte 22,7, breedte 18,9 op de neus gemeten, ketelopening 8 en rookkanaal 2 mm.

Het kleipijpje werd gebruikt om sigaretten te roken. Het had een zeer kort steeltje van ongeveer 5 cm. Het werd gemaakt van het einde van de 19de eeuw tot de Tweede Wereldoorlog in het Duitse Westerwald. Dit pijpje werd bij tal van bedrijven gemaakt maar is niet aan een pijpenmaker toe te schrijven. Dit pijpje werd ook geëxporteerd naar Amerika, vandaar de verplichte tekst ‘Germany’. Zonder aanduiding van de herkomst mocht het pijpje niet worden ingevoerd.

Met dank aan de heer Ruud Stam, voorzitter van de Pijpelogische Kring Nederland, voor de determinatie.