Riemhangers of gordelhangers werden in de middeleeuwen veel gebruikt om allerlei nuttige objecten in te haken om ze te kunnen meenemen. Hun typologie is nog niet bestudeerd. Meestal is de achterzijde omgebogen en zit er aan de onderkant een vaste of mobiele ring.

PPV 00552

De riemhanger, gemaakt van een koperlegering, is over de ganse lengte versierd met een dunne zigzaglijn waardoor het oppervlak verdeeld wordt in driehoekjes. Vanuit de basis van deze driehoekjes vertrekt een gestileerde bloem met vier blaadjes naar de top van de driehoek. Het bloemhoofdje wordt voorgesteld door een cirkeltje. In totaal werden vier bloempjes weergegeven. De restruimte werd opgevuld met cirkeltjes, identiek aan de bloemhoofdjes. Onderaan werden twee oogjes voorzien, waarvan er één is afgebroken. Door deze oogjes zat een metalen ring om de materialen aan te hangen. Vermoedelijk had deze ring, die niet bewaard bleef, een diameter van 30 mm. Om de riemhanger te bevestigen aan de gordel werd deze omgeplooid. De riem was vermoedelijk ongeveer 40 breed en 5 mm dik. Datering: 14de/15de eeuw. Afmetingen: 67,2 x 16 x 8,5 mm.