De Fransman Casimir Lefaucheux patenteerde in 1835, patenten 6348 et 6387, de eerste bruikbare eenheidspatroon: de penvuurpatroon. Bij een penvuurpatroon zit het slaghoedje in de huls. De slagpin steekt door de zijkant van de huls een aantal millimeters buiten. Bij het overhalen van de trekker slaat de haan op deze ‘pen’ en door het interne hamertje (slaghoedje) ontsteekt de kruitlading. Een penvuurpatroon is onveilig omdat bij het vallen de patroon kan ontsteken. De eerste penvuurpatronen hadden een metalen behuizing, later werd karton gebruikt. Het onderste gedeelte, het ontstekingsgedeelte is altijd van messing gemaakt. Enkel dit deel wordt bij een archeologische prospectie teruggevonden. Op de onderzijde staat meestal het merk of de naam van de munitiemaker. De gevonden restanten zijn afkomstig van penvuurcartouches die gebruikt werden in een jachtgeweer. De meeste gevonden cartouches dateren uit de periode 1875-1925.

PPV 00459

Op de onderzijde staat bovenaan in de rand het woord ‘SAPHIR’. De huls heeft een diameter van 21 en de dikte is 8,8 mm. Links en rechts staat er een vijfpuntig sterretje en onderaan ‘012B’. Het ontstekingskamertje is rond.

PPV 00460

Op de onderzijde staat in het midden het cijfer ‘16’. De huls heeft een diameter van 20 en de dikte is 7,8 mm. Het ontstekingskamertje heeft de vorm van een vierkant.

PPV 00461

Op de onderzijde staat bovenaan in de rand het woord ‘BACHMANN’ en onderaan ‘BRUXELLES’. Horizontaal in het midden staat links ‘No’ en rechts het cijfer ‘12’. De huls heeft een diameter van 21 en de dikte is 9,7 mm. Het ontstekingskamertje is rechthoekig.

PPV 00462

Op de onderzijde staat in de rand ‘MARQUE 16 AU LION’. Onderaan staat het pictogram van een liggende leeuw. Een deel van de ijzeren huls bleef bewaard. De huls heeft een diameter van 19,6 en de dikte is 9,4 mm. Het ontstekingskamertje heeft de vorm van een vierkant.