Engelse keramiek of faience-fine

In de 18de eeuw nam het drinken van koffie, thee en chocolade enorm toe. Ter vervanging van het dure porselein werd in Engeland een nieuw soort aardewerk uitgevonden: faience-fine. De lagere prijs van het product werd verkregen door gebruik te maken van witte pijpaarde. Het nadeel was echter dat het aardewerk na enige tijd barstjes vertoonde. Vanaf de 19de eeuw wordt de Engelse keramiek nagemaakt in Europa onder meer in België en Nederland. Aardewerk wordt een industrieel massaproduct dat in een vorm gemaakt wordt. Ongeveer tegelijkertijd wordt een nieuwe manier van versieren uitgevonden: de transferprintingmethode. Dit maakt de decoratie een stuk eenvoudiger, sneller en dus goedkoper.

Transferprintingmethode

Oorspronkelijk werd de versiering op aardewerk (majolica, faience, porselein,…) met de hand geschilderd.   In 1752 werd voor de transferprintingmethode te Liverpool een patent gevraagd. De methode werd ontwikkeld door John Sadler en Guy Green. Een gepolijste koperen plaat, waarin de voorstelling gegraveerd was, werd eerst met inkt bestreken. Hierop werd een met zeep behandeld zeer dun vel papier gelegd en geperst. Dit papier, met de verse druk in spiegelbeeld, werd met de bedrukte zijde op de te versieren wand van het ongeglazuurde voorwerp aangebracht. Dan werd het papier bevochtigd, waardoor de zeep zich oploste en het papier verwijderd kon worden. Na het drogen van de opdruk werd het aardewerk eerst gebakken op 1200°C, daarna geglazuurd en vervolgens opnieuw gebakken op 1000°C. Met deze techniek kon gemakkelijk op een identieke manier aardewerk versierd worden in grote hoeveelheden. Vanaf 1820 past men de techniek ook op het vasteland toe.

Een oud koffiekopje

Tijdens het archeologisch onderzoek van het ‘Hof van Goor’ kon de vereniging Testa vzw in 1992 in de bovenste lagen van de sleuf zeer veel aardewerk uit de 19de en 20ste eeuw inzamelen. De leden van de vereniging konden de scherven van een oud koffiekopje aan elkaar lijmen tot een archeologisch compleet exemplaar. Het kopje uit faience-fine is zowel aan de binnenzijde als aan de buitenzijde bedrukt met een zwarte versiering. Het kopje is ongeveer 7,5 cm hoog en heeft een diameter van 12 cm. Ongeveer op halve hoogte is er een knik. Op de bodem van het kopje valt onmiddellijk de afbeelding van een vrouw op met onderaan de tekst: Ste  JULIE. Op de buitenzijde van het kopje worden drie verschillende medaillons van deze heilige afgebeeld, telkens afgewisseld door de afbeelding van een kelk met hostie. Langs de binnenzijde staan vier afbeeldingen van de heilige, telkens afgewisseld met een krulversiering. Op de onderzijde van het kopje staat het merk van de firma die het kopje maakte.

De heilige Julia

De heilige Julia werd geboren als Maria Roa Julia Billiart op 12 juli 1751 te Cuvilly bij Compiègne, maar meestal wordt ze Julie genoemd. Als kind moest ze hard werken om in het levensonderhoud van het kroostrijke gezin te voorzien en was ze uitzonderlijk vroom. Ze geraakte verlamd toen ze 22 jaar was. Toch bleef ze geloofsonderricht geven aan de kinderen van het dorp. Al spoedig bestempelde de bevolking haar als ‘heilig’. Ze droomde er van om een kloostergemeenschap te stichten. In 1804 krijgt ze die kans nadat ze door het bidden van een noveen plots genas en kloosteroverste werd. Ze wijdde zich aan de arme meisjes en er volgen verschillende stichtingen. In 1807 wordt het klooster van Namen gesticht dat het moederklooster wordt. Ze sterft er op 8 april 1816. Ze wordt heilig verklaard op 21 juni 1969 door Paulus VI.

Maria

Een scherf van een tweede kopje heeft als tekst ‘St MARIE’. Op elk kopje stond dus een andere heilige, welke heiligen dit zijn is voorlopig onbekend.

Gemaakt in Maastricht

Op de onderzijde van het kopje staat een zwart ovaalvormig merk gedrukt. Een staande klauwende leeuw (naar links) op een donker veld is omlijst door een band met tekst ‘SOCIETE CERAMIQUE MAESTRICHT’. Het bedrijf ‘Société Céramique’ werd opgericht in 1863 in Maastricht en bestond tot 1958. Het merk werd geplaatst in de periode 1870-1880.

Ander servies?

Ook fragmenten van een soortgelijk kopje werden teruggevonden. Op dit kopje, waarvan meer dan de helft bewaard bleef, is aan de buitenzijde in een exotisch landschap een dorp (?) afgebeeld. Centraal op de voorgrond staat er een monumentje, mogelijk is dit een waterbron. Links er van kijkt een zittende man naar een vrouw die een soort vaas (waterkan?) op haar hoofd draagt. Het kopje is 49 mm hoog en heeft een diameter van 84 mm. Aan de binnenzijde werd op de spiegel hetzelfde dorp afgebeeld. De wand werd versierd met florale ranken. Het kopje werd op dezelfde manier vervaardigd als het hoger beschreven kopje. Het is alleen kleiner. Mogelijk gaat het hier over een theekopje.