Penning van Jan van Horne (1484-1505)

Op de voorzijde van deze koperen penning staat een leeuw naar links. Hij leunt op een schild waarop drie hoorns staan. In de legende staat: ]IOHS[  ]DIE * DVX[  ]L[.  Op de keerzijde staat hetzelfde schild over een floraal kruis. In de legende staat ]OHS * EPS * LEOD[  ]DVX * BVL[. Zie Dengis deel 4 nr. J03-04. Het gaat hier niet om een munt maar om een penning. Het stuk werd immers geslagen met de voorzijdestempel voor een zilveren patard of stuiver en een keerzijdestempel voor een zilveren dubbele patard of stuiver. Helaas is een deel van de rand afgebrokkeld door het verblijf in de bodem. Het (resterende) gewicht bedraagt 2,15 g. De volledige legendes zijn: IOHS’ * EPS’ * LEODIE’ * DVX * BVL’ * CO’ * LO’ en JOHS’ * EPS’ * LEODIE’ * DVX * BVL’ * C’ * L°. Hoewel deze penning geslagen werd met officiële muntstempels gaat het dus niet om een munt vermits hij geslagen werd met stempels waarmee in principe alleen zilveren munten geslagen werden. Er zijn voor de regering van Jan van Hoorn meerdere gelijkaardige stukken bekend. Het zijn telkens combinaties van bestaande stempels voor zilveren munten gebruikt om koperen stukken te slaan. De juiste functie van deze stukken blijft een beetje onduidelijk. Doorgaans wordt aangenomen dat het rekenpenningen zijn maar het is niet uitgesloten dat het vervalsingen zijn vervaardigd met officiële stempels buiten de officiële ateliers of na de dood van Jan van Hoorn. Want als dergelijke stukken met een dun laagje zilver of tin zouden bedekt zijn dan kunnen ze makkelijk als echte stuivers of dubbele stuivers uitgegeven worden.

Jan van Horne versus Willem van der Marck

Jan van Horne (1450 – 1505) was de zoon van graaf Jacob II van Horne. Horn was tussen 1450 en 1795 een graafschap, nu is het een dorp vlakbij Roermond. Jan was vanaf 1483 tot 1505 prinsbisschop van Luik. Hij probeerde het prinsbisdom met forse hand te herstellen na de interne strubbelingen onder de regering van zijn voorganger Lodewijk van Bourbon (1456 – 1482) die vermoord werd door Willem van der Marck in een poging om de groeiende invloed van de Bourgondische hertogen af te wentelen. Willem slaagde er echter niet in om zijn zoon Jan officieel te laten erkennen als opvolger. In 1485 werd Willem van der Marck in Sint-Truiden in een valstrik gelokt. Hij werd uitgedaagd voor een paardenwedren, gescheiden van zijn gevolg en vervolgens in een bos gevangengenomen door de troepen van Jan van Horne. Enkele dagen later, op 18 juni 1485, werd hij in Maastricht onthoofd. Net voor zijn executie riep Willem tot Jan van Horne die van op het balkon toekeek ‘Ma tête saignera longtemps!’ waarmee hij wilde zeggen dat zijn dood aanleiding zou zijn tot veel bloedvergieten tussen de families van Horne en van der Marck.