Tot de zeldzame prospectievondsten mogen zeker patacons gerekend worden. Patacons zijn gebakken, meestal cirkelvormige, plaatjes uit witte pijpaarde met een eenzijdige reliëfversiering. Meestal werden ze gekleurd. Ze dienden als versiering van feestbrood en –gebak. Volledige exemplaren worden slechts zelden gevonden en als er toch een volledig exemplaar kan opgeraapt worden is dit dikwijls van beperkte grootte. Toch bestonden er tamelijk grote patacons, zelfs met een diameter van 25 cm . De vele fragmenten laten hierover geen twijfel bestaan. Vooral in de 19de en 20ste eeuw werden vele grote patacons gemaakt. Toch blijft de datering van patacons in onze streek min of meer problematisch door de afwezigheid van gesloten vondstcomplexen, door de enorme variatie van de afbeeldingen, door het gebrek aan voldoende archiefstukken en vooral omdat de patacon een alledaags wegwerpgebruiksartikel was. Vermoedelijk dateren de oudste uit het laatste kwart van de 16de eeuw en gaat de productie hand in hand met de kleipijpenfabricage. Toch gaat het gebruik om ‘muntstukken’ in broden en koeken te steken verder. De Germanen en de Romeinen kenden het gebruik al. Vermoedelijk is er toch een link geweest tussen de afbeelding van de patacon en het feest. Religieuze afbeeldingen zullen eerder duiden op Christelijke feesten. Ook het beroep zal ongetwijfeld mee de aard van de afbeelding bepaald hebben: vb. laars = schoenmaker (?), molen = molenaar (?), man met ladder = timmerman (?), …     In een aantal gevallen, zoals bij de afbeeldingen van dieren en planten, zal dit in mindere mate het geval zijn en stellen de afbeeldingen voorwerpen uit het dagelijkse leven voor die mogelijk een komische of symbolische waarde hadden.

 

Meer info:

Tijdschrift Archaeologia Regionis:

  • jaargang 1993 bladzijde 11 tot 14
  • jaargang 2001 bladzijde 56 tot 57