De verzegelloodjes met de cijfers 000 – 00 – 0 – 1 – 2 – 3 – 4  kunnen terecht ‘zakloodjes’ genoemd worden. Ze werden door molenaars of eigenaars van maalderijen bevestigd aan zakken van 100 kg bloem. Ze dienden eerst en vooral om deze zakken te verzegelen zodat achteraf niet meer met de inhoud geknoeid kon worden. In tweede instantie gaf het  loodje ook informatie over de inhoud van de zak en diende ook als een soort kwaliteitslabel. Zo bestaat de inhoud van de zakken met loodjes waarop de cijfers 000 – 00 – 0 – 1 – 2 – 3 – 4  staan altijd uit tarwebloem. De cijfers verwijzen naar de kwaliteit van de tarwebloem waarbij 000 voor de fijnste en meteen ook de duurste bloem staat. De kwaliteit 000 komt pas voor na WO I. De zakken voorzien van loodjes met het cijfer 4 bevatten tarwebloem van de laagste kwaliteit. Deze werd vooral  gebruikt om gemengd te worden met andere bloemsoorten zoals roggebloem. Het kwaliteitslabel, uitgedrukt in cijfers, werd voor tarwebloem ingevoerd na 1880 toen de cilindermolens aan hun opgang begonnen. Deze molens konden zeer nauwkeurig ingesteld worden zodat de gewenste bloemkwaliteit of ‘uitmalingsgraad’ precies bepaald kon worden. Het labelsysteem hield in België stand tot aan WO II maar is in Italië nog steeds in gebruik.