Karel Theodoor werd in 1724 te Brussel geboren. Zijn ouders stierven toen hij nog een kind was waardoor hij opgevoed werd door zijn overgrootmoeder. Hij studeerde in Leuven en in Leiden. In 1742, op 18-jarige leeftijd werd hij keurvorst van de Palts, hertog van Palts-Neuburg, Gulik en Berg, markies van Bergen op Zoom en heer van Wijnendale en Ravenstein. In 1777 werd hij ook keurvorst van Beieren. Hij moest zijn nicht huwen maar hun enige zoon overleed al een dag na de geboorte. Karel Theodoor kreeg wel 7 kinderen bij drie andere vrouwen. Op 71-jarige leeftijd huwde hij de 19-jarige Maria Leopoldine van Oostenrijk-Este maar dit huwelijk bleef kinderloos. Karel Theodoor was een groot kunstliefhebber en mecenas. Hij betaalde onder meer de aanleg van steenwegen in West-Vlaanderen in Brugge, Torhout, Roeselare en Menen.

De Nederlandse uitdrukking ‘stuiver’ wordt in het Duits vertaald als ‘Stuber’. Stuiver is oorspronkelijk de naam van een zilveren dubbele groot met onder meer de afbeelding van een vuurslag waar vonken vanaf ‘stuiven’. Na de monetaire eenmaking van de Nederlanden door Philips de Goede in 1433 vervangt de stuiver de groot als basismunt waarin de waarde van de andere munten uitgedrukt wordt: 1 gulden = 20 stuiver en 1 stuiver = 48 Vlaamse mijt of 16 Hollandse penning. Toen Nederland naar het decimale systeem overstapte bleef de naam stuiver in gebruik voor munten van 5 cent. Trouw aan de traditie ging die benaming er later over op de muntjes van 5 eurocent. In België overleefde de uitdrukking de eerste helft van de 19de eeuw nauwelijks of niet.

Kwart stubers van Gulik-Berg werden in onze streken vaak gebruikt ter vervanging van oorden van de Luikse prins-bisschop die net even groot waren. Er waren immers sinds de regering van Jan Theodoor van Beieren (1744-1763) geen munten meer geslagen in Luik en volgens de officiële koers waren de kwart stubers van Gulik-Berg iets minder waard dan de Luikse oorden zodat handelaars er alle voordeel mee deden om ze als wisselgeld te gebruiken.

PPV 00855

Op de voorzijde van de koperen munt staat een sierlijk monogram met de letters C T, de initialen van de hertog van Gulik en Berg, Carl Theodor. In de legende staat bovenaan een sterretje gevolgd door de tekst GULICH • UND BERGISCHE • LAND • MUNZ. Op de keerzijde staat ¼  /  STUBER  / •1785•  / •P•R•. Links en rechts van de breuk ¼ staat een bloem in kruisvorm. De letters PR zijn de initialen van muntmeester Peter Ruedesheim die van1783 tot 1804 verantwoordelijk was voor het slaan van munten in Gulik-Berg.

Het muntstuk werd gevonden in Tessenderlo. De massa is 2,35 g. De diameter is 23,3 mm.

Bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Karel_Theodoor_van_Beieren

https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/de-laatste-heer-van-gestel-karel-theodoor-van-sulzbach-1729-1795

https://nl.wikipedia.org/wiki/Stuiver