Markiezin De Courtebourne liet in 1870 een grot bouwen in haar tuin om een aquarium met tropische vissen te installeren. Toen de pastoor kwam kijken vond hij dat er een Mariabeeld op zijn plaats was zodat de parochianen er zouden kunnen bidden. Het beeld werd geplaatst op 29 juni 1873. Gebeden werden verhoord en de bedevaarders stroomden toe. Pieter De Rudder wordt tevergeefs door dokters verzorgd nadat een vallende boom zijn onderbeen brak op 16 februari 1867. Op 7 april 1875 gaat hij op bedevaart naar de grot en daar groeit de beenbreuk op een wonderbaarlijke wijze dicht. Hij kon onmiddellijk zonder krukken lopen. Familie en buren zouden getuigen geweest zijn. Omdat er twijfel was rond dit mirakel werd zijn lijk in 1907 opgegraven, zijn benen bleken even lang te zijn. In 1908 werd het mirakel erkend. In 1875 werd begonnen met de bouw van de kerk, in 1877 werd ze ingewijd en in 1924 werd ze een basiliek.

VAR 00005

De ovale medaille werd gemaakt van messing. De afmetingen: 25,5 x 19 x 1 mm. Op de voorzijde staat de tekst ‘KERK VAN O.L.V. VAN LOURDES OOSTACKER’. In het midden werd de basiliek met de twee torens van Oostakker afgebeeld. Hierboven staat in de rechterhoek de tekst ‘WY WENSCHEN U DUIRENDMAAL GELUK OONBEVLEKTE MAAGD’. Onderaan de basiliek staan de initialen ‘E.M’. Op de keerzijde staat de tekst ‘ROTSE VAN O.L.V. VAN LOURDES OOSTACKER’. In het midden staat een grot met centraal in een nis Maria. Rechts onder is er een tweede nis en links tegen de rand een derde. Boven de toegang van de grot hangen een aantal krukken tegen de wand. Achter de grot verschijnen de twee torens van de basiliek. Vlak onder Maria bevindt zich een kruisje. Voor de grot bevindt zich een biddende en knielende persoon met een paternoster (?). Rechts in de rand van de medaille staan de initialen ‘PTE A.G’. Onderaan in de rand werden tien sterretjes geplaatst. De medaille wordt gedateerd in het laatste kwart van de 19de eeuw. De verkeerde spelling ‘duirendmaal’ in plaats van ‘duizendmaal’ en ‘oonbevlekte’ in plaats van ‘onbevlekte’ is vermoedelijk te wijten aan de vervaardiging van de medailles door Franstalige graveurs.

VAR 00203

De spitsovale zware medaille werd gemaakt van messing. Op de voorzijde staat in de rand de tekst ‘KERK VAN O.L.V. VAN LOURDES OOSTACKER’, voorafgegaan en gevolgd door een klein klavertje vier. In het midden, binnen een spitse parelovaal en een vierpas, werd de basiliek met de twee torens van Oostakker afgebeeld. De achtergrond is bedekt met kleine kruisjes. Op de keerzijde staat de tekst ‘ROTSE VAN O.L.V. VAN LOURDES OOSTACKER’, voorafgegaan en gevolgd door een klein klavertje vier. In het midden staat, binnen een spitse parelovaal en een vierpas, een grot met centraal in een nis Maria. Rechts onderaan de grot is er een tweede nis. Boven de toegang van de grot hangen een aantal krukken tegen de wand. Achter de grot verschijnen de twee torens van de basiliek. Voor de grot bevindt zich een biddende en knielende persoon met een paternoster (?). De medaille wordt gedateerd in het laatste kwart van de 19de eeuw. Afmetingen: 49,1 x 28,5 x 2,2 mm.