Vijf vliegtuigen van het type Avro 504 begonnen vanaf hun Franse basis aan hun missie op 24 maart 1915 om 5.30 uur. Hun doel was de Cockerillwerf te Hoboken waar de Duitsers duikboten in elkaar zetten. Alle vliegtuigen waren geladen met vier bommen. Twee piloten beslisten omwille van de mist terug te keren. Een derde piloot had motorproblemen, maakte een noodlanding in Nederland en werd gevangengenomen. Twee piloten, Courtney en Rosher, konden hun bommen met succes lossen. Twee duikboten werden vernietigd en één werd beschadigd. Er vielen ook 40 doden en 62 gekwetsten. Door het luchtafweer werd het vliegtuig van Rosher beschadigd. In 1916 verongelukte Rosher terwijl hij een vliegtuig testte. Van 1914 tot 1916 schreef hij zijn belevenissen naar zijn familie.

Bron: With the Flying Squadron, The war letters of the late Harold Rosher to his family, The Macmillan Company 1916,

VAR 00180

Hélène schrijft op 25 maart 1915 aan haar broer en frontsoldaat Floris Noterman over de luchtaanval op de fabriek van Duitse onderzeeërs in Hoboken op 24 maart 1915 en over een ontploffing in de Duitse vuurwerkschool.

Merxem 25 maart 1915. Zeer lieve broeder. Pas zijn er een tiental dagen verloopen, sedert wij uw laatste schrijven ontvingen en reeds trachten wij zoo vurig naar nieuws van u, dit verheugd ons altijd zoo zeer en nu bijzonder, omdat wij weten aan welke gevaren, u gedurig blootgestelt zijt. Het doet ons veel genoegen te zien, dat de moed u niet ontbreekt, blijf steeds bezielt, beste Florent, met die edele gevoelens van vertrouwen en zelfopoffering en u zult ons gespaard blijven, daar twijfel ik niet aan. Vandaag heeft Flora eene kaart van Jules ontvangen, maar ze is 38 dagen in Soltau blijven liggen vooraleer verzonden te worden en op 2 dagen was zij hier, dit is maar allemaal om de menschen te plagen; uwen brief is ook eene maand in la Panne blijven liggen, maar dit zal natuurlijk veel meer moeite kosten. Jules schrijft heel goed gezond te zijn, hij heeft ook veel eetlust en vraagt hem wat filet d’Anvers op te sturen, dit hebben wij ook gedaan. Jules heeft ook van oom Porphyre eenen brief ontvangen, wij schrijven hem ook dikwijls, dit doet hem zulk genoegen. Nu, liefste broeder, u vraagt altoos naar nieuws, over veertien dagen heeft eene ontploffing plaats gehad in de vuurwerkschool, waarbij 70 duitschers het leven hebben gelaten, de dagbladen hebben hier slechts 4 dooden en 7 gekwetste van gemeld, dit is te verstaan, en toch weten wij het. Gisteren 24 maart zijn er een drietal vliegers gekomen eenen daarvan heeft verschillende bommen geworpen op de zaad van Hoboken, waar zooals bevestigd wordt onderzeëers vervaardigd worden, er moeten een 25tal dooden en ook gekwetsten zijn. De stoutmoedigheid van den vlieger, die zulks gedaan heeft gaat alles te boven; vooraleer de bommen te werpen, is hij gedaalt tot op een 300 meters van den grond, om zijne prooi niet te missen, dan vloog hij tot boven de zuidstatie en kwam dan terug naar de plaats der ramp, om te zien of zijn werk goed verricht was, wij hebben er eenen vlieger van gezien. Ik ben al veertien dagen aan het werk in de stad, er begint stilaan al wat leven onder de menschen te komen, het algemeen gedacht is hier dat de oorlog nog een paar maanden zal duren, was het maar waar, het is nog zoo lang om af te wachten. Verleden zondag met de eerste lente hebben wij, Albert en ik, met onze trouwe geburen Van Den Boer, eene wandeling gedaan tot Eeckeren dorp, dit was mijne eerste maal dat ik daar kwam, wat was alles stil, geen mensch op de straat, mijne gedachten zijn daar geen oogenblik van u af geweest, ik heb rondgezien of ik het huis niet zag bij de bron, maar heb het niet gezien, gaarne zou ik die menschen eens over u gesproken hebben, zij houden zooveel van u. Ik sluit nu, beste broeder, en vraag u nogmaals ons dikwijls te schrijven, en bied u onze beste groeten en duizend kussen aan bijzonder van uwe zeer liefhebbende zuster Hélène.