Tijdens de renovatie van de centrumstraten in 1983 werden de rioolbuizen in de Neerstraat te Tessenderlo in het midden van de rijbaan gelegd. Op dit ogenblik,  september – november 2015 en 32 jaar later, worden de straat en het rioleringssysteem opnieuw gerenoveerd. Ditmaal worden extra rioolbuizen gelegd aan de zijkanten. Hiervoor moeten ook deze delen van de rijbaan opengelegd worden. Tot op heden bleven deze nog relatief onaangeroerd waardoor oudere bestratingslagen zichtbaar werden.

In 1850 werd de Neerstraat voor het eerst met kasseien verhard. Deze kasseien werden waarschijnlijk in 1983 gerecupereerd. Voordien werden takken van bomen als verharding gebruikt. Deze takken bleven op een aantal plaatsen bewaard. Ze bevonden zich ongeveer 1 meter onder het maaiveld. De takken zijn door het lange verblijf in de grond volledig zwart geblakerd. Ze hebben een diameter tussen 10 en 15 cm. De zijtwijgen werden zo goed als mogelijk verwijderd maar toch zijn hier en daar nog restanten zichtbaar. De takken werden dwars over de rijbaan gelegd in enkele lagen zodat de karren niet in de modder wegzakten. Vroeger werden de bewoners voor het onderhoud van de wegen aangeduid en verplicht ingeschakeld door de zavelmeester, aangesteld door de overheid.  De uitvoering van het werk was gratis. De zavelmeester was verantwoordelijk voor deze taak. De takken mochten gekapt worden op de ‘berg’ in de omgeving van de Gerhagenstraat en Molenstraat.

De Neerstraat loopt ‘neer’ in de richting van het noorden naar de beek ‘De Laak’. De werkwijze om wegen in vochtige gebieden te verharden met takken of ‘knuppels’ was al bekend in de prehistorie, men spreekt dan van een knuppelpad. Thans wordt de methode nog gebruikt in natuurgebieden maar de knuppels worden dan vervangen door tropisch hardhout zoals bankirai.