Tijdens de Eerste Wereldoorlog had België met een geldtekort te kampen omdat de meeste mensen de metalen muntjes achterhielden, een halve frank was toen van zilver gemaakt. Hierdoor was er een tekort aan kleingeld en sommige gemeenten losten dit op door in eigen beheer hoofdzakelijk papieren noodgeld te drukken. Dit noodgeld was alleen geldig in de gemeente, wat duidelijk werd vermeld. Het was eigenlijk geen echt geld maar een geldbon. Het Hulp- en Voedingskomiteit van Herenthals gaf geldbonnen uit van 5, 10, 25 en 50 centiemen of vrije bonnen met die waarde. Alle geldbonnen kregen een handgestempeld volgnummer in zwarte inkt bestaande uit 5 cijfers. Dit werd meestal op de keerzijde geplaatst.

MDK 00088

De geldbon is rijkelijk geïllustreerd. De tekeningen werden gemaakt door Hip. De Clerck. De bon draagt de handtekeningen van de voorzitter, J. Vandenbroeck, en de schatbewaarder, S. Mertens. Op de voorzijde staan links en rechts behoeftige figuren onder een straatlantaarn. In het midden staat het stadshuis/lakenhalle van Herentals. Onder dit gebouw staat de tekst ‘oorlogsjaar 1915’. Op de keerzijde staat een werkman met de tekst ‘plaatselijke tuin- en landbouw: granen, aardappelen, biënteelt, veeteelt en dennen’. Rechts staat eveneens een werkman met de tekst ‘plaatselijke nijverheid: metaal-, wol-, schoen- en keurslijffabrieken en diamantslijperijen’. In het midden staat de infirmerie van het Augustijnenklooster aan de Kempische Vaart. De geldbon heeft de afmetingen 10,6 x 7,2 cm en is gemaakt van stevig papier. Het handgestempeld nummer is ‘01177’ en de waarde is 50 centiemen.