Het woord ‘nestel’ is in ons dagelijks taalgebruik goed ingeburgerd en iedereen weet wat er mee wordt bedoeld. Wie een meer ‘beschaafder’ taalgebruik heeft neemt het woord ‘veter’ in de mond. Nochtans zijn beide woorden correct Nederlands en wordt hetzelfde object beoogd namelijk een koord of fijn gevlochten band om door de gaatjes van de schoenen te steken. De bedoeling is om de kleppen van de schoenen naar elkaar toe te halen en het schoeisel op die manier te binden of te ‘rijgen’. Om het rijgen gemakkelijker te maken en het rafelen van het uiteinde tegen te gaan wordt de punt van de veter dikwijls verstevigd. Hiervoor wordt tegenwoordig plastiek of metaal gebruikt. Vroeger werd meestal metaal benut zoals koper en zilver. Dit beschermelement of veterbeslag wordt eveneens ‘nestel’ genoemd. Een ander, minder gebruikt, woord hiervoor is ‘malie’. Nestels werden niet alleen gebruikt om veters van schoenen te verstevigen maar ook om kleding beter te kunnen rijgen zoals broeken, tasbeugels, wambuizen, korsetten, ondergoed, jassen,… en zelfs om de touwen van tenten te verstevigen. In feite kan een nestel geplaatst worden op iedere koord die de neiging vertoont uit te rafelen. In de late zestiende eeuw werden gouden nestels door rijken gebruikt als versiering van kledingstukken. Meestal waren de nestels echter gemaakt van messing.

PPV 00324

De nestel is volledig, wat zeer uitzonderlijk is voor een dergelijk fragiel object. Deze fijne nestel is eigenlijk een metalen kokertje dat zich naar onder toe vernauwt. Hier bevindt zich een knop die gevormd wordt door twee zeer kleine min of meer halfbolvormige schijfjes. De nestel is gemaakt uit een plaatje koper dat opgerold werd tot de randen elkaar raakten. Aan de bovenzijde werden de randen licht over elkaar heen geplooid en werden vier ‘lipjes’ aangebracht die, als de veter eenmaal goed diep in het kokertje zat, dicht geplooid werden om de veter goed vast te klemmen. Het ganse oppervlak is bedekt met een florale versiering: ranken met zevenlobbige blaadjes die afgewisseld worden door bloemhoofdjes die vijf blaadjes hebben. De ‘open’ ruimten werden rijkelijk opgevuld met puntjes, mogelijk om het geheel een nog fraaier textuur te geven. De nestel is 45 mm lang en de breedste diameter bedraagt 5 mm. Vermoedelijk werd deze nestel gebruikt bij het rijgen van veters van elegante vrouwenkleding in de 17de of 18de eeuw.