Een veel voorkomend beeldje, gemaakt uit witte pijpaarde, is het Jezuskindje. Het zijn kleine beeldjes die meestal dubbel gemouleerd zijn. De meeste beeldjes dateren wellicht uit de 16de eeuw. Brueghel heeft op zijn schilderij ‘Kinderspelen’ uit 1560 het gebruik van deze beeldjes perfect weergegeven. Op dit schilderij zeult een kind met een tamelijk groot ovaalvormig brood rond. In dit brood zijn een aantal witte langwerpige beeldjes te zien, de afbeelding is echter onduidelijk. Ook op het schilderij ‘Winterstilleven met pannenkoeken, wafels en duivekater’ van Hans Francken, Antwerpen 1581 – 1624, is een ovaalvormig brood te zien waarin naast drie patacons zeer duidelijk zes pijpaarden Jezuskindjes te zien zijn waarvan twee gebusselde exemplaren. Opvallend is dat bepaalde delen, zoals de wikkels en de wangetjes van de Jezuskindjes, beschilderd zijn met een rode kleurstof. De beeldjes werden dus in een soort zoet (?) feestbrood verwerkt en dienden vermoedelijk alleen als versiering van dit brood. Wat na het opeten van het feestbrood gebeurde met de beeldjes is niet bekend. Dienden ze als speelgoed of werden ze gewoon weggegooid of kregen ze nog een andere functie?

Verschillende vormen van deze beeldjes werden teruggevonden, mogelijk komen de types telkens uit een andere productieplaats (?). Een beeldje dat waarschijnlijk gemaakt werd in Antwerpen heeft in de linkerhand een globe vast met bovenaan een kruis. Met de rechterhand maakt het kind een zegenend gebaar. Rond de hals draagt het een kralensnoer met een kruis (paternoster?). De datering van deze beeldjes: 1550 – 1625. Dit type komt in Nederland niet voor ten gevolge van de reformatie.

 

 

Meer info:

Tijdschrift Archaeologia Regionis:

  • jaargang 1993 bladzijde 28 – 30