De aartshertogen Albrecht en Isabella (1598-1621) voerden in 1600 naast de gouden dukaat een nieuw goudstuk de ‘albertijn’ in, genoemd naar Albrecht (Albert). Gouden munten kregen een naam om ze van elkaar te onderscheiden. In de Spaanse Nederlanden waren heel wat gouden munten met verschillende massa en gehalte in omloop die alle een eigen naam droegen zoals: vlies, reaal, kroon, rozenobel, dukaat, leeuw, soeverein…

De albertijn werd geslagen in de periode 1600-1605 en woog 2,93 g met een goudgehalte van 0,791. De dubbele albertijn van 5,15 g en een gehalte van 0,895, werd geslagen van 1600 tot 1611. In 1612 werden beide munttypes vervangen door de gouden soeverein die tot het einde van de 18de eeuw door de opvolgers van de aartshertogen geslagen werd.

PPV 00840

Op de voorzijde van het muntgewicht, gemaakt van een koperlegering, staat binnen een deels bewaarde parelcirkel een Bourgondische stokkenkruis. In het bovenste vrijkwartier staat een kroon. Het ordeteken van het Gulden Vlies hangt aan het midden van het kruis. Links en rechts staat het jaartal 16 / 00. Op de keerzijde staat binnen een fragmentarisch bewaarde parelcirkel een hand geflankeerd door de initialen I / S van de Antwerpse muntgewichtmaker Joannes Staes. Zijn naam komt ook voor op een muntgewichtdoos uit 1701 die bewaard wordt in het British Museum. De massa is 2,46 g en de afmetingen zijn 15,2 x 15,2 x 2 mm.

Bron:

http://www.muntgewicht.nl/Afbeeldingen_verkoper/Staes_muntgewichten.pdf

https://wiki.muntenenpapiergeld.nl/index.php?title=Bestand:Albertijn_enkele_en_dubbele.jpg