Munten uit de Noordelijke Nederlanden worden regelmatig in de Zuidelijke Nederlanden (‘België’) gevonden. Meestal zijn het koperen duiten die uit de bodem tevoorschijn komen maar soms ook stuivers. Een stuiver was in de 17de/18de eeuw 8 duiten waard, een dubbele stuiver dus 16 duiten.

PPV 00510
De dubbele stuiver werd geslagen in Zeeland in het jaar 162[?] in een zilverlegering. Het gewicht is  0,85 g. De munt werd gesnoeid, dit wil zeggen dat de zijkanten bijgeknipt werden om de  randjes te recupereren. Dergelijke praktijken werden gestraft. Om fraude te verhinderen werden de munten gewogen. Op de voorzijde staat een klimmende gekroonde leeuw naar links met in zijn rechterklauw een geheven zwaard en in zijn linkerklauw zeven pijlen. Onderaan de pijlen staat het cijfer ‘2’ en onder de staart staan de resten van de letter ‘S’. Het geheel betekent dubbele stuiver. Op de keerzijde staat in vier regels: ZEE / LAND / DIA / 162[.

PPV 00511
De dubbele stuiver werd geslagen in Kampen in het jaar 16[?] in een zilverlegering. De munt is uitgebroken door het lange verblijf in de bodem. Op de voorzijde staat een klimmende gekroonde leeuw naar links met in zijn rechterklauw een geheven zwaard en in zijn linkerklauw zeven pijlen. Onder de staart staat de letter ‘S’ van ‘stuiver’. Op de keerzijde staat in drie regels: CAM / PEN / 16[.