De naaidoek werd gemaakt gedurende 3 oorlogsjaren, van 1915 tot 1917. De naaidoek laat de vooruitgang van de leerlinge zien en de verschillende technieken die werden toegepast. In 1915 werd gestikt met eenvoudige rechte lijnen met fijne rode draad, eenmalig met lichtblauwe draad. Het jaar werd afgesloten met een rij geborduurde rode letters van het alfabet van A tot en met R, op de volgende rij staan de letters S tot en met Z, gevolgd door de cijfers van 1 tot en met 9 en het cijfer 0. Deze rijen staan in een kader. Daaronder staat, in rode draad de naam van de leerlinge: L. NUYTS gevolgd door TESSENDERLOO en het jaartal 1915. In 1916 bestond de oefening uit lapwerk. Delen van linnen werden met verschillende technieken aan elkaar gezet met witte draad, ook het aanzetten van knopen, het aanzetten van lintjes en het maken van knoopsgaten werd geoefend. Het jaar werd afgesloten met een sierborduursel in de vorm van een krans met enkele takken. In het midden staat de sierlijke initiaal van de voornaam van de maakster, de letter L. Linksonder staat het jaartal 1916. Als afboording werd een sierborduursel in lichtblauwe draad geplaatst. In 1917 werd vooral het borduren geoefend maar ook het aan elkaar stikken van stoffen. Het borduursel bestaat uit twee kleuren, beige en wit, en werd in een geruit patroon met sterren uitgevoerd. Het jaar werd afgesloten door een uitbeelding. In rode draad werden drie kinderen geborduurd, twee zitten in het gras en kijken naar rechts, het andere kind staat recht, kijkt naar links en houdt met twee handen een vlaggenstok vast waarop de Belgische vlag prijkt. De afmetingen zijn: lengte 150,5 cm en breedte 22 – 25 cm