Na de onafhankelijkheid van België rezen de fanfares, harmonies en muziekkapellen als paddenstoelen uit de grond. Alle politieke bewegingen moesten en zouden hun eigen harmonie hebben. Ook politiekorpsen en legerafdelingen beschikten over een eigen muziekkapel. Uit alle geledingen van de bevolking werden muzikanten geronseld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat uiteindelijk ook loden speelgoedfiguren werden gemaakt van deze muzikanten.

PPV 00488

De muzikant, gegoten uit een loodlegering, is gekleed in een korte vest waarover hij een gordel draagt. Verder draagt hij een lange broek en laarzen. De voeten en het eventuele steunplaatje zijn niet bewaard gebleven. Het figuurtje is ook beschadigd aan de linkerzijde van het gezicht en aan de onderbenen. Op zijn hoofd draagt hij een muts met een ‘floche’, deze muts wordt ook ‘bonnet’ genoemd. De bonnet werd ondermeer gedragen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De muzikant, mogelijk dus een militair, bespeelt een schuiftrombone. Afmetingen: 22,2 x 42,5 x 8 mm. Datering: vermoedelijk eerste helft 20ste eeuw.

PPV 00489

De muzikant, gegoten uit een loodlegering, is gekleed in een vest waarop sporen van een lichtblauwe verf aanwezig zijn. Verder draagt hij een lange broek met sporen van rode verf. Hij houdt zijn borst vooruit. In zijn linkerhand draagt hij een trommel die langs de zijde versierd is met een V-vormig patroon (spanriemen?). In de rechterhand heeft hij een trommelstok. De muzikant draagt een niet nader te bepalen hoofddeksel. De voeten en het eventuele steunplaatje zijn niet bewaard gebleven.  Afmetingen: 13,8 x 42,8 x 7,6 mm. Datering: vermoedelijk eerste helft 20ste eeuw.

PPV 00490

De muzikant, gegoten uit een loodlegering, is gekleed in een vest met knopen. Aan de gordel draagt hij mogelijk een sabel. De benen zijn slechts bewaard vanaf de knieën. In zijn handen houdt hij een tuba vast. De muzikant draagt een niet nader te bepalen hoofddeksel. Afmetingen: 16,5 x 33 x 7,8 mm. Datering: vermoedelijk eerste helft 20ste eeuw.