In 1836 richtte Renier Hambrouck te Leuven  de eerste stoombrouwerij van België op in de voormalige 16de-eeuwse abdij van Onze-Lieve-Vrouw van de Wijngaard. Net voor  het midden van de 19de eeuw smolt het bedrijf samen met een maalderij en kreeg het complex de naam La Vignette verwijzend naar de oude abdijnaam, ‘la vigne’ is immers het Franse woord voor ‘wijngaard’. De zaakvoerders van het bedrijf Hambrouck, Vanderhaert & Cie bouwden het complex verder uit onder de naam Brasserie et Meunerie de la Vignette. In 1903 vroeg de maatschappij vergunningen aan voor een kunstijsmachine en een bloemmolen. Ten laatste in 1910 was de firma Eugène Bauchau & Cie eigenaar van de Brasserie, Malterie & Meunerie de la Vignette. In de Gazette van Lokeren van 10 april 1910 staat immers een aankondiging voor het nieuwe bedrijf, de molen La Vignette, dat tusschen de vaart en den ijzeren weg te Wilsele werd opgericht. De molen kon 250.000 kg tarwe per dag verwerken. Het gedeponeerde merk is een pictogram van een klavertje vier. In 1937 nam Artois het bedrijf over.

Het loodje van La Vignette

Het zakloodje is zwaar gehavend. Op de voorzijde is in de rand nog duidelijk te lezen:  M..… LA VI..NETTE. Mogelijk staat er in de rand links onderaan ook een vijfpuntig sterretje. In het midden staat, binnen een kleine cirkel, het cijfer ‘15’. Op de keerzijde staat bovenaan in het midden ‘00’ en onderaan in de rand staat de gehavende tekst D…….R… De betekenis van deze tekst is voorlopig onduidelijk.