Vroeger was het de gewoonte om knopen te verwijderen van versleten kledij en te bewaren in een houten of metalen knopendoos. Dergelijke knopendozen waren ook een opslagplaats voor allerlei andere kleine voorwerpen zoals gespjes, vingerhoeden, spelden en zelfs afgedankte muntjes vonden erin een onderkomen. Eenmaal in de doos verzeild, bleven ze erin tot ze opnieuw gebruikt konden worden. Onze voorouders waren immers kampioenen in het recycleren. Dat is dus zeker geen hedendaagse uitvinding. Het hoeft niet veel uitleg dat veel van die prullaria nooit opnieuw gebruikt werden. De oude knopendoos van mijn grootmoeder zaliger (1902-1996), bevatte heel wat rare knopen uit diverse periodes. Zo kwamen ook enkele knopen, gemaakt van been, tevoorschijn. Ze dateren vermoedelijk uit de jaren ’20 van vorige eeuw, mogelijk zijn sommige zelfs ouder. Het vervaardigen van benen knopen was tot in de 19de eeuw een ambacht.

Benen knopen werden gemaakt van de lange en platte beenderen van een rund of een paard. In een publicatie over de knopendraaiers van Montfoort (Nederland) wordt aangegeven dat rond 1760 hiervoor ook ‘schinkels’ (schenkelbeenderen) werden gebruikt waarvan de uiteinden werden afgezaagd zodat het merg verwijderd kon worden alvorens de beenderen schoon gekookt werden. Vervolgens werden de beenderen in plakjes gezaagd en met een speciaal instrument werd dan de ronde vorm uit het bot verwijderd. Verdere bewerking werd uitgevoerd met behulp van een draaibank. Nadat de knoopsgaten waren uitgeboord werden ze met een vijl ontbraamd.  Om de knopen glad te maken werden ze in een cilinder rondgedraaid. Nadien volgden nog enkele polijsbeurten totdat ze glimden en dus klaar waren voor verkoop. Het afval van deze beenderen werd gewoonlijk verwerkt tot fosfaatrijke meststof. In sommige boerderijen werden knopen gesneden uit de botten van de huisgeslachte dieren. Door de toenemende welvaart en de nieuwe technieken verdween dit soort knopen in de loop van de 20ste eeuw en werden ze vervangen door knopen van metaal of kunststof. ‘Vers’ gedraaid zijn de benen knopen wit en lijken ze sterk op kunststofknopen. Naarmate deze organische knopen ouder worden vergelen ze en worden ze ook minder glad.

Beschrijving van de benen knopen

Op de foto zijn de knopen van links naar rechts genummerd te beginnen met VAR 0311.

4 knopen met 2 gaten (VAR 00311) zijn gelijkend en hebben ongeveer dezelfde diameter, tussen 16,5 en 16,8 mm. De dikte varieert van 3,8 tot 4,7 mm. Blijkbaar was de dikte minder belangrijk. In het midden is een niet doorboord gaatje aanwezig vermoedelijk is dit het centreerpunt van de draaibank. 1 knoop werd niet rondom afgewerkt en bezit nog ‘braam’. Een tweede bijna identieke knoop (VAR 00312) bezit eveneens 2 gaten en een centreerpunt. Hij is iets groter 17,8 mm en is 4,7 mm dik. Een derde knoop met dezelfde kenmerken (VAR 00313) is merkelijk kleiner. De diameter is slechts 13,3 en de dikte 3,1 mm. Een vierde knoop met twee gaten (VAR 00314) en een centreerpunt heeft een circulaire groef. Hij is tamelijk ruw, mogelijk is hij verweerd door weer en wind. Afmetingen: 17,2 x 4,1 mm. Een vijfde knoop heeft 4 gaten(VAR 00315). Afmetingen: 15 x 3 mm. De laatste knoop (VAR 00316) is de grootste. Hij heeft eveneens 4 gaten maar deze liggen verdoken ten opzichte van de knooprand. Afmetingen:19,8 x 3,3 mm

Bronnen:

http://rudiultee.blogspot.be/2013_12_27_archive.html

Der Knopfmacher – Berufe und Tätigkeiten dieser Welt (berufe-dieser-welt.de)

V.T. van Vilsteren, Het Benen Tijdperk, gebruiksvoorwerpen van been, hoorn en ivoor 10.000 jaar geleden tot heden, Drents Museum 1987