Het gezegde ‘iemand ringeloren’ betekent iemand op zijn kop zitten, iemand bedwingen en/of kort houden. In de pottenbakkerswereld is het een techniek waarbij gekleurde kleipap (slib) met een tuit, pen of koehoorn op aardewerk werd uitgegoten om een lijnversiering, dikwijls een concentrische, aan te brengen. Ook decoratieve voorstellingen konden met de ‘ringeloor’ aangebracht worden. Het is een zeer oude techniek. In de 18de eeuw werd de techniek vooral gebruikt om de grote schotels van, meestal roodbakkend, aardewerk te versieren. Op het Hof van Goor werden talrijke fragmenten van dergelijke schotels gevonden. Enkele konden min of meer volledig gereconstrueerd worden.

HVG 00063

Het bord uit roodbakkend aardewerk heeft een diameter van 34 cm. Het is een tamelijk diep bord waardoor het meer de vorm van een kom benadert. De hoogte varieert van 7,2 tot 7,8 centimeter. Het bord werd traditioneel versierd met witte slibpap op een eenvoudige manier. De spiegel van het bord werd versierd met een spiraal die niet helemaal in het midden van de schotel begint. Rond deze versiering werd een tamelijk brede (1,7-1,9 centimeter) band met slibpap gelegd die afgewerkt werd door korte streepjes die er in een hoek van 45 graden rond staan. Het geheel werd afgewerkt met één enkele smalle cirkel uit witte slibpap. Net onder de vlag werd een tweede soortgelijke cirkel aangebracht. Op de vlag werd een typische kronkelende lobvormige lijn aangebracht. Deze lijn kwam niet in een vloeiende beweging tot stand. De ‘kunstenaar’ is om een bepaalde reden moeten stoppen met het werk (onvoldoende slibpap ?) en heeft daarna de versiering in een tweede beweging afgewerkt waarbij de lijnen niet zo goed aansluiten. Tenslotte werd boven op de rand een witte lijn gelegd. Uiteindelijk werd dan over de binnenzijde van de schotel een laag loodglazuur gelegd dat het aardewerk bruin en de versiering geelachtig kleurde. De buitenzijde van de schotel werd zeer goed glad gemaakt. De schotel heeft een vlakke standvoet. De ganse standvoet kwam hierdoor rechtstreeks in contact met het meubelstuk waarop de schotel stond. Hierdoor is dit raakvlak behoorlijk afgesleten.

HVG 00064

Alhoewel deze schotel groter is, is dit exemplaar minder diep dan schotel HVG 00063 . De diameter bedraagt 40,4 centimeter. De hoogte varieert van 6,4 tot 6,9 centimeter. De versieringstechniek is echter min of meer identiek: witte slibpap op een rode achtergrond. Het opvallendste kenmerk van deze schotel uit roodbakkend aardewerk is de bloemversiering. De grote vierbladige bloem bedekt volledig de spiegel. De achtergrond van de bloem wordt gevormd door een massa concentrische lijnen beginnend in het centrum van de schotel en eindigend halverwege de buik. Deze lijnen liggen dicht tegen elkaar wat een enorme concentratie van de ‘kunstenaar’ heeft gevergd. Tegen de vlag ligt een brede geelwitte band (3 centimeter) waarin met een stokje in een kronkelende beweging de rode ondergrond opnieuw zichtbaar werd gemaakt. Aansluitend op de vlag ligt het negatief van deze laatste versiering namelijk een kronkelende witte lijn die fel afsteekt tegen de bruinrode kleur van het aardewerk. Vervolgens werd, zoals bij de schotel HVG 00063, een witte lijn aangebracht op de rand. Ook deze schotel werd afgewerkt met transparant loodglazuur. De schotel heeft een bolle standvoet en raakt slechts met een band van een halve centimeter het meubelstuk. De reden voor deze bolvormige afwerking van het raakvlak is onbekend.

 

Meer info:

Tijdschrift Archaeologia Regionis:

  • jaargang 1997 bladzijde 58 tot 60