Godelieve werd heel jong uitgehuwelijkt aan Bertolf, de kasteelheer van Gistel. Door toedoen van zijn jaloerse moeder liet Bertolf haar wurgen door zijn knechten op 6 juli 1070. Haar lichaam werd in een poel gegooid. Bertolf liet haar begraven in de kapel. Hij trouwde opnieuw en kreeg een blind dochtertje dat na 13 jaar aan het graf van Godelieve knielde, haar ogen waste met water uit de poel en opnieuw zag. Dit verhaal werd opgetekend door een monnik tien jaar na de moord. In 1084 werd ze uit haar graf gehaald, op het altaar in de kerk van Gistel geplaatst en heilig verklaard. Op de poel werd een waterput geplaatst. De huidige dateert van 1634. Het putwater zou geneeskrachtig zijn. Godelieve is de beschermheilige van de kleermakers. Ze wordt aangeroepen tegen keelziekten. Ook jaloerse schoonmoeders zouden genezen en echtelijke ruzies zouden stoppen door tot haar te bidden.

VAR 00004

De ovale medaille werd gemaakt van messing. De afmetingen: 26,8 x 19,6 x 1 mm. Op de voorzijde staat de tekst ‘HIER WERDT DE H.GODELIEVE VERSMOORD’. In het midden staan twee figuren rond een gemetselde waterput. Rechts staat een vrouw met lang haar, gekleed in een rok en bloes, die een drinkbeker in haar rechterhand houdt. Links staat een pater die met zijn linkerhand een beker vasthoudt om te drinken. Met de rechterhand steunt hij op de rand van de waterput. Rond zijn middel draagt hij een groot kruis dat langs zijn rechterzijde bengelt tot op kniehoogte. Hij draagt een habijt. Boven de waterput is een katrol bevestigd aan een steun. Een emmer hangt aan een koord ter hoogte van de rand van de waterput. Onderaan de figuur bevindt zich een kleine letter ‘M’ waarop een zeer klein kruisje werd geplaatst. Op de keerzijde staat de tekst ‘H.GODELIEVE BID VOOR ONS’. In het midden staan drie figuren. De middelste is een vrouw met lange haren in een lang kleed. Zij vouwt haar handen samen om te bidden en heeft een stralenkrans rond haar hoofd. Twee mannen houden een sjaal of koord strak rond haar nek in een wurgpositie. De man links heeft halflang haar, een snor en een baardje. Hij draagt een soort vest en een kniebroek. Aan zijn middel hangt langs de rechterzijde een kromzwaard. De man rechts draagt een hoed met pluim (?) en heeft lang haar. Hij draagt een vest met knopen en een zelfde kniebroek. Onderaan staat hetzelfde teken als op de voorzijde. De teksten op de medaille kloppen niet met de afbeelding en werden dus verwisseld, een fout van de medaillemaker.