Een vrijwel volledige ‘schepbeker’ uit steengoed werd gevonden tijdens het archeologisch onderzoek van het Hof van Goor. De schepbeker heeft een geknepen voet en wordt daarom gedateerd rond 1550. Hij heeft een hoogte van 10,1 cm en een breedte, zonder het oortje, van 8,8 cm. De kleur is vrijwel geheel grijs en zowel langs de binnen- als de buitenzijde is hij bedekt met zoutglazuur. De draairingen zijn zeer geprononceerd aanwezig. Bovenaan zijn twee zeer duidelijke draairingen, mogelijk als versiering, voorzien. Het oortje is zeer klein en met moeite kan er een dunne vinger ingestoken worden.

Over ‘schepbekers’ is weinig bekend, geen enkel oud schilderij verraadt hun functie. In Maaseik werden er ook enkele gevonden (publicatie ‘Van Put naar Kluis’). Mogelijk werden ze, als maatbeker, gebruikt om vloeistoffen te scheppen, maar het gebruik als drinkgerei is zeker niet uit te sluiten. Mogelijk werd de vorm overgenomen van het pottenbakkerscentrum Siegburg waar men tot omstreeks 1550 dergelijke vormen, zonder oortje, maakte. De productieplaats is Raeren.