Ludovicus Josephus CAMPS, geboren op 27 december 1892 te Tessenderlo en overleden op 8 juni 1987 te Tessenderlo, behoorde tot de laatste generatie van Kempische keuterboeren. Toen Louis of ‘De Witte Camps’, zoals iedereen hem bij zijn bijnaam noemde, in 1920 zelfstandig begon te boeren te Schoot-Tessenderlo, na zijn terugkeer van zijn gedwongen verblijf in Wittenberg tijdens de Eerste Wereldoorlog, beschikte hij over een os om de ploeg te trekken. Soms werden ook twee koeien ingespannen om de grond van 8 hectare te bewerken. In 1923 kocht Louis een eerste paard in Beverlo. Dit paard had kankerpoten, een ziekte aan de hoeven, en een gezwel in de nek. Omstreeks 1938 werd een tweede paard, een veulen, gekocht en meteen werd het eerste oude ziekelijke paard verkocht om te slachten. Louis kreeg er nog 1.100 fr. voor. Het tweede trekpaard, dat ‘Net’ werd genoemd, werd opgeëist door de Duitsers. De vergoeding bedroeg 30.000 fr. Tijdens de oorlog, toen het paard was opgeëist kwam buur Rik Verwimp met zijn paard het werk doen, als wederdienst, omdat Louis, toen het paard van Verwimp was opgeëist, ook daar het werk had gedaan. Louis heeft dan opnieuw een veulen van 16 maanden oud gekocht voor 36.000 fr. in de zomer van 1944 bij Pros, de paardenkoopman van Tessenderlo. Omdat het geld niet beschikbaar was, verkocht Louis 200 kg koren aan smokkelaars uit Engsbergen voor 6.000 fr. Het nieuwe paard kreeg dezelfde naam: ‘Net’. Het paard kon perfect de bevelen ‘huut’ en ‘haar’ opvolgen en wist alle stukjes grond liggen. In 1969, toen het paard al de leeftijd van 27 jaar had bereikt, was ‘Net’ nog altijd actief als trekpaard.

MDK 00100

De eikenhouten ploeg heeft volgende afmetingen: lengte 194 en hoogte 103 cm. Het ijzeren ploeggedeelte heeft een lengte van 62 en een hoogte van 29 cm.