In verschillende middeleeuwse afval- en beerputten worden kleine leisteenfragmenten gevonden afkomstig van dakbedekking. Eigenlijk is dit niets speciaals omdat leisteen als dakbedekking al bij de Romeinen bekend was. Nader onderzoek bracht aan het licht dat het leisteenafval een bepaalde driehoekige vorm had. Men is er zeker van dat deze in vorm geklopte leisteentjes gediend hebben als ‘gatkrabber’. Vroeger werd na het ‘toiletbezoek’ voor de reiniging van de aars vooral organisch materiaal gebruikt zoals hooi, gras, mos, bladeren,… In kustgebieden gebruikte men een spons of mosselschelpen. Wol en vodden werden ook gebruikt. Wie er kon over beschikken gebruikte dus leistenen. Pas in 1857 werd voor het eerst toiletpapier machinaal vervaardigd . Voordien gebruikte de rijke burger krantenpapier dat later bij de keuterboeren in de Kempen in zwang bleef tot de jaren ’70 van de 20ste eeuw. Ook tijdens het archeologisch onderzoek van het Hof van Goor te Tessenderlo werden gatkrabbers gevonden tussen aardewerk uit de 16de eeuw.

HVG 00070

De gatkrabber uit grijze leisteen heeft een driehoekige vorm. De leisteen bevat korte streepvormige blinkende increties die alle in dezelfde richting georiënteerd zijn. In tegenstelling tot de kortste zijde zijn de twee andere zijden min of meer afgesleten. Maximale afmetingen: 87 x 45 x 4,5 mm.

HVG 00071

De gatkrabber uit grijze leisteen heeft een driehoekige vorm. De leisteen bevat increties in de vorm van een korrel (pyriet?). In tegenstelling tot de kortste zijde, die recht afgeklopt is, zijn de twee andere alternerend geretoucheerd en min of meer versleten. Maximale afmetingen: 90 x 45,4 x 4 mm.