Op het Hof van Goor werden twee kleine grapen gevonden met één oor. Grapen zijn kookpotten op drie poten. Ze werden boven het vuur opgehangen aan een haal of rechtstreeks in de gloeiende as geplaatst. Grapen met één oor konden enkel in de gloeiende as geplaatst worden. Door de drie poten stonden deze kookpotten zeer stabiel. Grapen komen voor vanaf de 13de eeuw maar worden pas sinds de 14de eeuw intensief gebruikt.

HVG 00067

De kleine grape van roodbakkend aardewerk heeft slechts één verticaal geplaatst oor. Dit oor is tamelijk groot en robuust. Het werd gemaakt door een ‘worstje’ klei te verbinden met de rand waarbij de onderzijde op de buik werd geplaatst en hierin vloeiend overloopt. De grape heeft een eenvoudig uitstaande rand. In de rand werd een kleine gietsneb voorzien. Deze staat niet pal tegenover het oor, zoals gebruikelijk is, maar wijkt lichtjes af (op 12.45 uur). Door de kleine gietsneb kan het overhevelen van de vloeistof nauwkeurig gebeuren. De grape heeft drie massieve pootjes. De bodem heeft een bolle of lensvormige vorm. Op het bovenste deel van de grape werden de draairibbels geprononceerd weergegeven. De binnen- en de buitenzijde werden volledig met loodglazuur bedekt. Het oor en de pootjes zijn slechts gedeeltelijk geglazuurd. Er zijn drie kleine aanbaksporen aanwezig ten gevolge van het stapelen in de over. Een deel van de rand ontbrak en werd gerestaureerd. Afmetingen: de hoogte is 12,5 cm en de diameter, op de buik gemeten, is 11,6 cm. Datering: 16de eeuw. De grape werd mogelijk gebruikt om melk te koken.

HVG 00068

De zeer kleine grape van roodbakkend aardewerk heeft een verticaal geplaatst oortje. Dit oortje, dat aansluit op de rand, werd zeer slordig gemaakt. De rand is licht uitstaand. In deze rand werd een kleine gietsneb uitgeknepen. Deze gietsneb staat op 90° ten opzichte van het oor (op 09.00 uur). De grape heeft drie kleine pootjes die met de vingers werden gevormd. De bodem heeft een lensvormige doorsnede. De schouder werd recht gemaakt waardoor de inhoudsmaat groter werd. Op de overgang met de buik werd een verdikking aangebracht. De binnenzijde, het oor en het bovenste deel van de buitenzijde werden volledig bedekt met loodglazuur. Op de bodem zijn twee aanbaksporen aanwezig. Een deel van de rand ontbrak en werd gerestaureerd. Afmetingen: de hoogte is 6,5 cm en de diameter, op de rand gemeten, is 11,5 cm. Datering: 16de/17de eeuw. De grape werd mogelijk gebruikt om vet/boter te smelten. Op een schilderij van Hans Francken, 1581-1624, staat een gelijkaardig recipiënt afgebeeld. Mogelijk heeft het daar een functie als honing- of strooppot.