Een dissel wordt gebruikt om hout te bewerken. Het gereedschap bestaat al sinds de prehistorie. Vooral bij de bouw van de eerste boerderijen in Haspengouw werden dissels veel gebruikt maar zeker ook later. Ze werden tijdens de BK-cultuur meestal gemaakt van vreemde gesteenten en in mindere mate van vuursteen. Naargelang hun verhouding dikte/breedte worden de dissels ingedeeld volgens type (ondermeer door BAKELS, 1987). De lengte speelt geen rol omdat de dissel regelmatig werd bijgeslepen en dus kleiner werd. Bakels bepaalde de scheidingindex op 50.  Boven de 50 worden de dissels als ‘dikke’ dissels gecategoriseerd, onder de 50 als ‘dunne’. Beide typen komen voor tijdens de ganse periode van de BK-cultuur. Het materiaal is volgens Bakels wel bepalend voor de chronologie, in het begin werd vooral amfiboliet en basalt gebruikt, op het einde van de BK-cultuur  vooral micahoudende zandsteen.

PPV 00516

Het artefact is typologisch een dunne dissel, de dikte/breedteverhouding is 31. Hij is vervaardigd uit een grijsgoen metamorf gesteente. Het artefact werd volledig en gelijkmatig gepolijst maar is verweerd. Dit artefact dateert uit de late BK-cultuur. De dissel werd gevonden in Diest. Afmetingen: 86 x 48 x 15 mm.

PPV 00517

Tijdens het uitgraven van een fundering voor een woning in het centrum van Zelem vond Richard Jamar een gepolijste dissel uit de bandkeramische periode. Het stuk is typologisch een dikke dissel, de dikte/breedteverhouding is 83. Hij is vervaardigd uit een grijs gesteente. Het artefact werd volledig en gelijkmatig gepolijst en is niet beschadigd. Vooral de onderzijde is zeer glad gepolijst.  Op de bovenzijde en vooral aan de zijkant vertoont de dissel aan de staartzijde bouchardeersporen. De doorsnede is plano-convex. Afmetingen: 115 x 36 x 30 mm.