Medaillonsluitingen zijn eigenlijk gordelhaken die dienen om een lange afhangende gordel op de gewenste hoogte te hangen waarbij een deel van de gordel naar beneden hangt. Deze innovatie in gordelsluitingen komt voor vanaf het einde van de 14de tot het einde van de 16de eeuw. De naam wordt ontleend aan de medaillonvorm van het voorwerp. Deze medaillon wordt dikwijls opengewerkt en vaak worden religieuze of heraldische voorstellingen aangebracht maar ook florale decoraties komen voor.

Discussie over de voorstelling

De voorstellingen zijn dikwijls bron van discussie en verwarring omdat de makers niet schriftelijk hebben nagelaten wat ze hebben afgebeeld. Medaillonsluitingen werden gegoten en zodoende zijn er verschillende van eenzelfde thema gemaakt. Zo wordt de voorstelling op het beschreven voorwerp door sommigen ‘De Annunciatie’ genoemd. De knielende persoon zou de aartsengel Gabriël zijn die aan Maria komt vertellen dat ze binnenkort zal bevallen van een zoon. Helaas heeft de auteur een identieke medaillonsluiting te zien gekregen waarbij een deel van de arm van de grote figuur ontbreekt waardoor de auteur het resterende deel van de arm voor een engelenvleugel aanzag. Andere auteurs zien in de voorstelling ‘De kruisafname van Christus’. Maria zou de knielende Jezus ondersteunen. Er zijn  echter geen afbeeldingen uit die tijd bekend waarbij Maria afgebeeld wordt met de benen wijd open. Na enige discussie vermoeden de leden van Testa vzw dat de decoratie ‘De verloren zoon’ voorstelt. De parabel is als volgt: één van de twee zonen eist zijn erfdeel op en verkwist het. Na zijn berouwvolle terugkeer wordt hij feestelijk door de vader ontvangen. De zoon wordt steeds knielend afgebeeld waarbij de vader hem in zijn armen neemt, precies zoals op het medaillon wordt afgebeeld.

PPV 00514

Van de medaillonsluiting is slechts de opengewerkte figuur van het medaillon bewaard gebleven. Aan de hand van identieke gevonden exemplaren kon het voorwerp gereconstrueerd worden. In het medaillon wordt aan de rechterzijde een man afgebeeld die gekleed is in een soort tuniek. De man staat met zijn benen wijd open waarbij het rechterbeen samenvalt met de onderbenen van de knielende figuur. De man reikt de armen naar een knielende figuur die op zijn beurt de armen reikt naar de man. De man draagt geen hoed maar op zijn hoofd is het restant van de omtrek van het medaillon te zien dat met vierkante nopjes is versierd. De diameter is 34,6 mm en de dikte 3,5 mm.