Al minstens vanaf de 16de eeuw vervaardigden pottenbakkers pijpaarden figuren als nevenproduct. Meestal waren dit figuren met een religieuze achtergrond zoals heiligen of Jezuskinderen. De massafabricage van pijpaarden kinderspeelgoed begon echter pas in de late 19de  eeuw door bedrijven die al eeuwenlang kleipijpen maakten. Het was een winstgevende zaak. Het aarden speelgoed kon goedkoop gefabriceerd worden en de afzetmarkt was enorm door de lage prijzen. De grondstof die hiervoor nodig was, wit- of roodbakkende klei, was dezelfde als voor de kleipijpen en ook de werkwijze, het gebruik van mallen, was identiek. Als kinderspeelgoed werden diverse figuren onder meer dieren en popjes gemaakt. Sommige konden ook gebruikt worden als fluitje. De meeste figuren werden geproduceerd in het Duitse Westerwald. De diversiteit was enorm zodat het moeilijk is om speelgoed aan een bepaald bedrijf toe te schrijven. Toch kon één van de fluitjes, een boerenjongen, teruggevonden worden in de catalogus van de firma W. Klauer-Ransbach Baumbach, daterend uit de periode 1920-1940.

VAR 00322

Het fluitje gemaakt uit roodbakkende aardewerk stelt een kind of een kabouter voor die op een pispot zit. Het kind draagt een kapje of sjaaltje dat het hoofd bedekt en vermoedelijk onder de kin werd geknoopt. De handen worden op de knieën gehouden. De vormnaden werden niet verwijderd. Onderaan de figuur zit een grote opening met diameter 7,8 mm en aan de achterzijde zit de rechthoekige blaasopening van 6 bij 1 mm. Bij het fluiten moet het figuurtje ondersteboven gehouden worden zodat de figuur zelf de handgreep vormt. Het fluitje maakt een schril geluid.

De hoogte is 53,5, de breedte 22 en de dikte is 33 mm.

VAR 00323

Het fluitje gemaakt uit roodbakkende aardewerk stelt een boerenjongen voor. Hij draagt een hoed die naar achter is geschoven, een jasje met strikje en een korte broek met lange kousen. De jongen houdt zijn handen in zijn zakken en staat op een versierd voetstuk. De vormnaden werden min of meer verwijderd. Onderaan zit een grote opening met een diameter van 7,5 mm. De rechthoekige blaasopening zit aan de achterzijde en meet 6 x 1,5 mm. Bij het fluiten moet het figuurtje ondersteboven gehouden worden zodat de figuur zelf de handgreep vormt. Het fluitje maakt een schril geluid.

De hoogte is 63, de breedte 20,5 en de dikte is 19,4 mm.

Bronnen:

http://pipemuseum.nl/index.php?hm=4&dbm=1&pkl=22&wmod=dia&startnum=1080&id=20406

https://pipeportal.eu/article/curiosa-van-pijpaarde-uit-het-westerwald

https://www.tabakspijp.nl/archief/archief-catalogi-fabrikanten/