Tijdens het archeologisch onderzoek van het urnengrafveld in het gehucht Engsbergen te Tessenderlo werden 53 graven gevonden. In een beperkt aantal graven werden de verbrande beenderen in een urn gestopt. Slechts één urn, opgegraven in 1993, heeft een versiering. Als versiering heeft de ‘pottenbakker’ spontaan indrukken gemaakt door met zijn vingernagel op regelmatige afstand de klei iets naar buiten te duwen rondom de urn.  De ‘kunstenaar’ volgde hierbij de rand van de pot waardoor de versiering golvend werd aangebracht.  De versiering is niet functioneel en daarmee de oudste vorm van Looise kunstuiting. Deze urn werd oxiderend gebakken dit wil zeggen met toevoer van zuurstof aan de oven. De urnen werden waarschijnlijk oorspronkelijk als kookpot gebruikt. De graven dateren vermoedelijk uit de late bronstijd (1100-700 voor Christus) of uit de Hallstatt-periode of vroege ijzertijd (700-450 voor Christus). De urn werd geïnventariseerd door archeoloog Guido Creemers, die in de jaren ’90 provinciale archeoloog was en het onderzoek coördineerde, met het nummer 93 TE GR 19. Helaas is het opgravingsverslag na 27 jaar nog steeds niet afgewerkt.

De urn heeft een diameter van 24 centimeter, de hoogte varieert van 17,5 tot 19,5 cm. Zoals bijna alle urnen heeft deze urn een vlakke standvoet, de diameter bedraagt 10 cm. De opening is 18,5 cm breed.

Zie ook: http://testavzw.be/hoe-de-oprichting-van-testa-vzw-leidde-tot-de-ontdekking-van-een-grafveld-uit-de-urnenveldcultuur/

.