Het spinpotje werd in 1967 gevonden op een vers geploegde akker vlakbij de ‘PIesbeekhoeve’ dichtbij de Grote beek of Laak ter hoogte van de grens met Klein-Vorst (Laakdal). Dergelijke potjes werden bij beide oortjes aan een touwtje bij het spinrokken opgehangen of om de hals gedragen. Ze bevatten een vloeistof, olie of vet, ter bevochtiging van de vingers van de spinsters. De eerste nederzettingen omstreeks 900-1000 in Tessenderlo waren de grote domeinen onder meer: het Hof van der Aa, voor het eerst vermeld in 1294, beter gekend als de Plesbeekhoeve bij de Grote Laak en het Hof van Goor, eerste vermelding in 1301. Beide domeinen waren eigendom van de graaf van Loon.

PPV 00758

Het spinpotje heeft een  vlakke bodem, een kleine licht geknepen voetje, een ronde buik,  een korte nauwe hals en twee zeer plat uitgeknepen doorboorde handvaatjes. De buitenkant is donkerbruin, de binnenkant beige of lichtbruin. Spinpotjes dateren over het algemeen uit de 16de eeuw, meestal zelfs uit het begin van deze eeuw en worden regelmatig gevonden. Veel van deze potjes zijn afkomstig van Raeren maar dit exemplaar komt waarschijnlijk uit een ander productiecentrum en is ook ouder: het dateert uit de 14de/15de eeuw.  De hoogte is 63 mm.

Zie: Archaeologia Regionis, 1989 nr. 3 bladzijde 26