Houten scheepskatrollen, die tot het midden van de 20ste eeuw in grote aantallen gemaakt en gebruikt werden, hebben nu een tweede functie gekregen als decoratieobject. Je kan ze tegenwoordig gemakkelijk op de koopwebsites vinden en aanschaffen voor relatief weinig geld. Een houten scheepkatrol heeft meestal een metalen oog en/of een haak om de katrol op te hangen. In de houten behuizing zitten gewoonlijk één of twee, soms drie, pokhouten schijven waarover de touwen liepen.

Pokhout

Pokhout is een tropische houtsoort, het is een van de zwaarste houtsoorten en drijft niet op het water. Het werd zeer veel gebruikt bij het vervaardigen van scheepskatrollen omdat het ongeveer 24% vetachtig hars bevat waardoor het hout zelfsmerend is. Om die reden werd het ook gebruikt in lagers van windmolens. Een ander voordeel is de enorme slijtvastheid. Het hout komt van bomen van hezt geslacht  ‘Guaiacum’.

PPV 00537

De schijf van een pokhouten scheepskatrol heeft een diameter van 135 en een dikte van 36,5 mm. In het midden werd een gat gemaakt met een diameter van 34,5 mm. Voor de vervaardiging van deze schijf werd het kernhout van een boom gebruikt, het gat zit in het midden. Deze procedure verhindert en vermindert het ‘trekken’ van het hout waardoor het barst. In de rand van de schijf is een ondiepe gleuf (6,6 mm) voorzien waarover het touw kon glijden. Houten scheepskatrollen werden gebruikt tot het midden van de 20ste eeuw. De op het strand van Knokke-Heist, ter hoogte van het Rubensplein, aangespoelde schijf is mogelijk afkomstig van een voor de kust liggend wrak.