In de gracht van het Hof van Goor lagen een aantal scherven van drie-orenkruiken. Eén drie-orenpot kon samengesteld worden tot een archeologisch compleet exemplaar. Er ontbreekt slechts een klein gedeelte van één van de oren. Een klein deel van de buik is beschadigd. De steengoedkruik heeft een hoogte van 16,4 cm en is 12 cm breed (zonder de oren). De pot heeft een lichtbruine kleur, de binnenzijde is glanzend en grijskleurig. De drie-orenkruik heeft een vlakke ronde standvoet en een driehoekige verdikte rand. Op het schilderij ‘Boerendans’ van Pieter Bruegel de Oude uit 1568 is een dergelijke kruik afgebeeld, weliswaar heeft deze kruik een handgeknepen voet, maar afmetingen en vorm stemmen overéén met de gevonden pot. Het schijnt dat deze potten drie oren hadden om hem gemakkelijk te kunnen doorgeven aan de drinkpartner. In de praktijk lijkt dit best mogelijk : indien deze bierpot gevuld is heeft hij toch een zeker gewicht en door zijn omvang zou hij, indien hij slechts één oor zou hebben, moeilijk vast te grijpen zijn zonder brokken te maken. Een ander theorie, die meer tot de legenden behoort, is het verhaal van de Pot van Olen. Volgens een legende zou keizer Karel (1500-1558) tijdens een reis door onze streken in Olen een pot bier hebben besteld. De herbergier brengt hem een volle kan, maar houdt deze aan het oor vast zodat de keizer hem niet kan aannemen. De keizer vraagt hem het bier in een kan met twee oren te brengen. De cafébaas houdt vervolgens de pot met beide handen aan de oren vast. De keizer kan de pot met bier weer niet aannemen. Vervolgens vaardigt Karel een wet uit dat voortaan in de herbergen alleen nog maar bier getapt mag worden in kannen met drie oren. Ook in Mol en zelfs in sommige delen van Nederland werd het gebruik van de drie-orenpotten verplicht, zelfs tot in de 17de eeuw. Na 1600 neemt de productie van de drie-orenpotten af en rond 1625 raken ze zelfs uit de mode. Bruegel slaagde er niettemin in om het gebruik van dergelijke potten te vereeuwigen. De kruik van het Hof van Goor dateert uit de periode 1575-1600.

Meer info:

Tijdschrift Archaeologia Regionis:

  • jaargang 1996 bladzijde 46